Recensie De Nieuwe Koers

Standaard
Recensie De Nieuwe Koers

Baboesjka krijgt een vriendelijke bespreking in het geweldig vormgegeven blad “De Nieuwe Koers” door J.Boom (drie sterren). De Nieuwe Koers, voorheen CV-Koers, wil de nieuwe generatie christenen vertegenwoordigen, die niet zeuren, of zich terug trekken in de oude bolwerken, noch die alleen maar reageren of twijfelen. Daarbij hoort een open vizier, conversatie, dus ook een vriendelijke reactie op de boekbespreking.

J.Boom pakt enkele punten goed op: de symmetrie van de Bijbelse theologie en het manoeuvreren tussen vrijzinnigheid en orthodoxie en de belangrijke rol van de ballingschap. Maar Boom trekt vervolgens niet conclusie dat zijn puntjes van kritiek (over schepping, zondeval, persoonlijke geloof en de toekomst van Israël) binnen dit verhaal past en niet er buiten valt.

Voor de volledigheid, hier de hele recensie zoals het niet in De Nieuwe Koers is gekomen:

De titel van het boek trekt meteen de aandacht: ‘Baboesjka. Geloof binnenstebuiten’. De auteur, Johan ter Beek, theoloog, spreker, kunstenaar en docent, neemt de lezer mee op ontdekkingstocht binnen een nieuwe theologie. Doel daarvan is kerk en wereld te dienen met een “nieuwe verwoording van een oud geloof”.

Ter Beek structureert zijn stof met behulp van het beeld van een baboesjka (een hol houten poppetje met daarin een opstapeling van steeds kleinere poppetjes). Door middel van dit beeld wordt de gelaagde structuur van de bijbelse boodschap inzichtelijk gemaakt. Achtereenvolgens worden vier lagen onthuld: schepping en crisis, Israëls roeping, de ballingschap en de komst van de Messias. Na de weergave van dit binnenste van de baboesjka, Jezus’ komst als de kern van de bijbelse boodschap, komen de eerste drie lagen op een getransformeerde manier terug: Jezus’ overwinning van de ballingschap, het nieuwe volk van God en de nieuwe schepping. Zo ontstaat in kort bestek een soort symmetrisch overzicht van een bijbelse theologie.

In de genoemde thema’s herkennen we een aantal vertrouwde onderdelen, zoals de schepping, de betekenis van Jezus Christus en de voleinding. Maar Ter Beek volgt hedendaagse theologen als Wright, Brueggemann en Perriman wanneer hij daarnaast uitdrukkelijk aandacht vraagt voor de roeping van Israël in het Oude Testament en van de kerk als “Gods alternatieve mensheid” in het heden. Hij doet dat in reactie op een missionaire benadering waarin de bijbelse theologie is beperkt tot schepping en val, de redding door Jezus en het eeuwig wel of wee van mensen. Hoewel Ter Beeks aanvulling bijbelse wortels heeft en daarom terecht is, lijkt het me goed te bedenken dat binnen de gereformeerde traditie de aandacht voor Israëls roeping en de kerk als Gods nieuwe verbondsvolk niet altijd heeft ontbroken. Ik noem slechts Calvijn, a Brakel en Coccejus.

Binnen Ter Beeks interpretatie van “Gods verhaal” krijgt de werkelijkheid van de ballingschap een belangrijke rol toebedeeld. Dit vloeit voort uit de opvatting dat het Oude Testament grotendeels uit de tijd van de ballingschap (6e eeuw v.Chr.) stamt en dat “het drama, de crisis, de achtergrond is van de hele Bijbel tot aan de laatste pagina” (p.30). Dat lijkt me op zich een juiste vooronderstelling. Maar omdat Ter Beek meer inzoomt op de ballingschap dan op de werkelijkheid van de zonde, loopt hij het gevaar ook het heil van God eerder als heil voor ballingen (mensen die op een of andere manier in een crisis verkeren) dan als heil voor zondaren te beschouwen. Voeg hierbij nog het feit dat het in dit boek vooral gaat over corporatief heil en nauwelijks over particuliere verzoening tussen God en mens, en het ligt voor de hand dat de auteur komt tot de visie dat er hoop is “op herstel van alles (….) Een totaal verhaal. Voor alle mensen”.

Als ik iets kan vaststellen na het lezen van dit boek is het, dat het Ter Beek heel goed gelukt is tussen de klippen van de orthodoxie aan de ene en de vrijzinnigheid aan de andere kant door de manoeuvreren. Zo gaat hij uit van de exclusiviteit van Jezus Christus, schrijft hij rake dingen over het lijden, sterven en de opstanding van de Heere en neemt hij de Bijbel als bron van zijn theologiseren. De lijnen die hij op verschillende momenten trekt tussen Oude en Nieuwe Testament voeden de verwondering over de eenheid en rijkdom van de Schrift. Bovendien heeft het boek een praktische spits: het volgen van Jezus, dwars tegen alle wereldse machten in.

Tegelijk echter blijft er van de schepping (in letterlijke zin), de zondeval van de mens, de noodzaak van persoonlijk geloof, de toekomst van Israël en het laatste oordeel weinig over. Dat lijkt me geen winst. Sterker nog: zonder de genoemde noties is niet het hele ‘verhaal’ verteld. Wat overblijft is een mooi ‘verhaal’, dat intussen de ernst mist die aan de bijbelse boodschap wel eigen is. “Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet” (1 Joh. 5). Zulke woorden zetten de theologie op scherp en plaatsen het hele ‘verhaal’ van God en mens onder de hoogspanning van de eeuwigheid. Ook de kerk in de 21e eeuw kan met minder dan dat niet toe.

Hier mijn reactie (op verkorte tekst in De Nieuwe Koers… in dit geval “De Oude Koers”)

Allereerst valt het op dat de onderdelen die hij noemt typerend zijn voor wat ik “old school” evangelische theologie noem: grote nadruk op de schepping in combinatie met de val wat lijdt tot persoonlijk geloof. Dit is de beroemde Six line narrative van Brian McLaren. De notitie over de toekomst van Israël is helemaal typisch evangelisch en is van redelijk recente datum: de christen-zionistische benadering die hoort bij de bedelingenleer: vaak politiek-biblicistische opvattingen over de huidige staat Israël (niet perse het Bijbelse volk) met een sausje van “onvervulde profetieën uit het OT”. Nu mag iemand best puntjes van kritiek hebben, daar heb ik geen moeite mee. Maar mijn boek is juist geschreven om deze punten te weerleggen. Het is dus geen gemis, maar confrontatie.

De punten:

– Volgens J.Boom “blijft er weinig over van de schepping”. Dat is niet wat ik zeg! Schepping is de hoofdinhoud van Hoofdstuk 1 en hoofdstuk 7, respectieve de schepping en herschepping. Dit teken ik als het grote perspectief van de bijbel. Wat ik wel zeg is dat het niet gaat om een letterlijke interpretatie van de genesis mythe en ook stel ik dat “schepping” doorgaat in de roeping van Israël, in de terugkeer uit de ballingschap, in de opstanding van Jezus, in het ontstaan van de gemeente en in de de wederoprichting van alle dingen. Schepping is dus meer aanwezig, niet minder. De old-school evangelische theologie mist zelf juist de crux van de schepping door het te veel te plaatsen in dat ene scheppingsverhaal.

– Er blijft ook “weinig over van de zondeval”. Ook niet waar. Ik zie het niet als een letterlijke val. Er heeft naar mijn mening echt geen Adam en Eva rondgelopen op aarde. Het verhaal staat bol van symboliek en is een miniatuur van de val van Israël in Ballingschap. Logisch, omdat deze verhalen zijn ontstaan in dezelfde ballingschap en tonen ons de joodse visie op de hele mensheid. En dat brengt me opnieuw bij hetzelfde punt als bij de schepping: Ook de “zondeval” is geen eenmalig moment, maar een constatering achteraf (de mensheid is in zijn geheel gevallen, niet alleen Israël) en het gaat door. Alle verhalen in het begin van Genesis zijn “val” verhalen. Het zijn “ballingschap” verhalen. Opnieuw confronteer ik: niet de zondeval zou ons “leerstellig punt” moeten zijn, maar Ballingschap!

– Persoonlijk geloof is er altijd binnen het grotere geheel. Old-school theologie doet net alsof het persoonlijke geloof de kern is in de bijbel. Ik neem dan aan: een persoonlijke relatie met God/Jezus hebben?! Persoonlijke relaties zijn echter nog niet zo oud. Augustinus schreef met zijn “belijdenissen” het allereerste ego-document ter wereld! En pas in de reformatie, de verlichting en de romantiek is er een beweging naar “binnen” en dus naar “persoonlijk geloof” waarneembaar. In de bijbel gaat het altijd over het persoonlijke binnen de groep, de stam, het volk. Daarmee ontken ik echter geen persoonlijk geloof. Maar het grotere omvat wel het persoonlijke, maar niet altijd andersom: Juist teveel aandacht aan het persoonlijke geloof kan diepgang en waarheid in de weg staan. De crisis van de huidige kerk is eerder veroorzaakt door teveel aandacht aan het “persoonlijke”. Opnieuw confronteert Baboesjka.

De toekomst van Israël is een heel pittig en gevoelig punt. Veel evangelische christenen ontlenen hieraan heel veel identiteit en hoop: “De bijbel heeft gelijk want de profetieën komen uit met de staat Israël!”, “We leven in de eindtijd, Jezus komt spoedig terug, kijk maar naar de tekenen des tijds”. Israël is pas sinds de bedelingenleer en het zionisme een belangrijk punt. Neemt niet weg dat ik het er volledig mee oneens ben. Ten eerste is de situatie van de huidige staat en zelfde de afkomst van het huidige joodse volk niet een op een gelijk te stellen met het Israël uit de bijbel. Politiek, religie en afkomst zijn complexe zaken. Ten tweede geloof ik wel in de “toekomst van Israël” in de climax en de vernieuwing van het verbond in Jezus. Alle profetieën, ook die van volk en land zijn vervuld in Christus. De hele aarde wordt het heilige land en alle volk zijn geënt op de stam van Israël. Land in de zin van Kanaän of Jeruzalem doet er niet meer toe. Etniciteit is uitgespeeld: Jezus en Paulus zijn daar behoorlijk helder over. Het nieuwe volk zijn alle gelovige: joden en grieken. Een tafel, niet twee. Helaas is er binnen het volksgeloof een vreemd bijgeloof ontstaan rond Israël en de wederkomst, wat naar mijn mening volledig onbijbels is. Er moet juist gerechtigheid zijn voor joodse mensen vandaag (en dus een eigen staat, vrij van terrorisme en oorlog) net als een Palestijnse staat (vrij van restricties, muren en checkpoints). Christenen moeten de zijde van de onderdrukte mens kiezen en nooit de imperiale macht. Dat maakt tevens mijn positie in het Israël debat duidelijk.

Bovenstaande punten zijn natuurlijk niet altijd “leuk” om te horen, maar wel noodzakelijk in het gesprek over de toekomst van theologie en kerk in Nederland. Baboesjka wil daarbij de “populaire” metaforen veranderen en een aanzet geven voor diepere reflectie. Maar dan moeten we aan de slag met “Third Quest for the Historical Jesus” en de “New Perspective on Paul” waarvoor in Nederland nog veel te weinig aandacht is. Toch is het volgens mij de nieuwe “derde weg”: frisse theologie, met wetenschappelijke en geloofsmatige diepgang!

»

  1. Ha Johan,

    Eerst even zeggen dat ik zeer geboeid tussen de bedrijven door Baboesjka heb gelezen de afgelopen dagen (heb het bijna uit).Mijn complimenten! Ik vind het persoonlijk nog beter dan ‘Heerlijk Eenvoudig’.
    Het is idd verfrissend en prikkelend en roept daardoor veel denkwerk en kritische vragen op. N.a.v. bovenstaande post bijvoorbeeld 2 vragen/opmerkingen:

    – Ik ben het met je eens dat de Bijbel geschreven is in de context van een collectieve cultuur. Toch laat de Bijbel volgens mij ook heel veel ruimte voor persoonlijke expressie én zeker de persoonlijke relatie met God. Je noemt Augustinus als één van de eersten, maar wat te denken van David en zijn Psalmen, Salomo en zijn Prediker en Jeremia en zijn Klaagliederen? Allemaal expressies van persoonlijk geloof. Wat te denken van Jezus die zich terugtrekt in de stilte en van zijn oproep naar de binnenkamer? Of van Paulus met zijn nadruk op een persoonlijke levensheiliging? En wat te denken van de woestijnvaders en andere kluizenaars in de eerste eeuwen na Christus En voor Augustinus)? Dus, OK, binnen het grotere geheel misschien, maar persoonlijke relaties met God lijken me al zo oud als Adam eigenlijk. Is dat ook niet het unieke en revolutionaire van JHWH, te midden van al die collectieve culturen, dat Hij zich laat kennen als een persoonlijke God?

    – Ik begrijp wel je redenatie rond zondeval en ballingschap, maar kan je niet volgen in je conclusies rond erfzonde. Net zoals ik geloof dat er zoiets als een historische vloed is geweest, is er volgens mij ook zoiets als een historische val geweest. Het gevolg is, keer op keer, ballingschap, omdat die val zich maar blijft herhalen. Maar ook al geloof ik ook in erfgoedheid en het feit dat we gemaakt zijn naar Gods beeld en gelijkenis, bijna goddelijk, het kwaad zit diep in ons allemaal. Dat loslaten lijkt me gevaarlijk. Een blik op de geschiedenis en de wereld om ons heen laat weinig ruimte voor een optimistisch mensbeeld, naar mijn mening. Lees ook dit artikel eens uit Trouw van afgelopen weekend: http://www.trouw.nl/tr/nl/6924/Theologisch-elftal/article/detail/3312638/2012/09/07/De-fascinatie-voor-het-kwade-is-van-alle-tijden.dhtml

    Groet!

    Daniel

  2. Op beide punten geef ik je helemaal gelijk. Ja er is zeker persoonlijk geloof en God laat zich ook kennen als persoonlijk. Wat ik bedoel met Augustinus is dat zijn Confessiones het allereerste autobiografische boek is ter wereld. Natuurlijk staat de bijbel en vooral de psalmen vol met persoonlijke getuigenissen, gebeden etc.
    Punt dat ik wil maken is dat je het persoonlijke wel overeind kunt houden binnen het collectieve, maar andersom blijkt dat lastiger. Een kerk met teveel aandacht voor persoonlijk geloof (zeker als dat de toetssteen is…) kan moeilijker uit de voeten met collectieve zaken. Vandaar mijn stapeling. Het is niet perse een volgorde in kwalitatieve zin…

    Over erfzonde: mee eens als je zegt het kwaad zit diep binnen in ons. Maar jij gebruikt erzonde (en de mooie toevoeging erfgoedheid) al heel anders dan de klassieke dogmatiek. In de dogmatiek en vooral de orthodoxie vanaf de reformatie wordt erfzonde als absoluut gezien. Er bleef niet veel over van het verhaal Israel. Ballingschap is daarom een betere categorie. De “verloren zoon” zit niet in erfzonde vast, maar in ballingschap. Hij is niet thuis en mag thuiskomen bij de Vader.

    Over historisch of niet. Ik begrijp je punt. Maar je moet ook rekening houden met het idee dat er zoiets is als “historisme” > het is alleen waar als het letterlijk zo is gebeurd. Deze valse vooronderstelling komt uit de verlichting waarbij waarheid hen feitelijkheid werden vereenzelvigd. Wat wij nu het “orthodoxe” standpunt noemen is eigenlijk een modern verlichtingsargument. In de wereld van de bijbel geloofde men mythen als het “ware verhaal”. Het was een narratieve cultuur, waarbij men helemaal niet bezig was met de vraag: feitelijk of niet. Natuurlijk was dat de waarheid over de wereld. Dit verhaal gaf de ware identiteit. Het verhaal zegt waar de wereld is, wie mensen zijn, waarom we op het punt zijn gekomen waar we nu zijn en wat de weg vooruit is. Pas later komt de vraag “feitelijk of niet” in het woord “historisch” te zitten.

    Kortom: Het moet voor ons christenen geen punt zijn of we een feitelijk zondeval aanhangen of niet. Wij kunnen ons die vraag stellen en moeten hem beantwoorden omdat we nu eenmaal ineen wetenschappelijke eeuw leven. Maar mijn voorstel is: “De een ziet het als een feitelijke gebeurtenis, de ander niet. Het maakt niet uit. Wat wel uitmaakt is dat het ons ware verhaal is. Dit is wat we geloven over God, de mensheid, het goede en het kwade.”

  3. Dank voor je reactie. Helder!

    Ik begrijp ook je uitleg rond historisme, alleen pas je de koppeling van waarheid aan feiten wel toe aan de persoon, de daden en de opstanding van Jezus, neem ik aan? Tenminste, ik vind Wright erg sterk in zijn verdediging van een historische, feitelijke opstanding. Want daar maakt het natuurlijk wél uit of het echt gebeurd is, of niet!

  4. De vraag die voor mij belangrijk is, is wat Jezus zelf van zo’n visie gevonden zou hebben. Ik denk dat de missiewoorden van Jezus [zoals ik ze begrijp door studie] de bijbelse context in het geheel niet noemen en dat het hernieuwen van een dergelijke [in mijn ogen mythisch-kosmologische] visie daarom geen basis heeft in de historische werkelijkheid rond het optreden van Jezus.
    De baboeshka die mij meer interesseert, is die van de christelijke theologien die ontstonden na het einde van de missie van Jezus en die je in lagen terug kunt vinden in de huidige evangelieverhalen.
    Het weghalen van die “omhullende poppetjes” is wat mij mateloos fascineert, omdat de “naakte” Jezus daaronder zeer veel krachtiger en rijker is en ook veel meer sterke links heeft naar de ondergrond van álle religies en spirituele wegen. Dat laatste is heel belangrijk in een tijd die schreeuwt om een verzoening tussen humanisme en orthodoxe spiritualiteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s