De Weg als metafoor

Standaard
De Weg als metafoor

Het volgende artikel is een samenvoeging van blog serie uit 2010 onder naam “Emerging Jesus” en geeft een nieuwe metafoor voor het verstaan van de bijbel als verhaal: de Weg. Deze tekening, gemaakt door mijn zoon Mascha, en de tekst, zou zomaar weer een nieuw boek kunnen zijn. Voorlopig is het te gebruiken als creatieve verkenning in de frisse theologie van oa. N.T. Wright, Rob Bell, Andrew Perriman, etc. Veel Plezier!

1

Wat is de plaats Jezus in geschiedenis, wat is zijn betekenis voor vandaag, voor de kerk en ook voor mijn (persoonlijke) leven? Deze vraag gaan we proberen te beantwoorden, maar wel in slow-motion.

Allereerst een “epistemologische” (=kennisleer) opmerking: Wat we weten van Jezus weten door teksten. Deze teksten zijn geen losse data, maar vertellen een verhaal. Een verhaal van God en de mensen, een verhaal van een volk dat een verbond heeft met deze God. Een verhaal van een weg waarbij de mensen eerst dichtbij God zijn, maar dan weer ver weg. Een weg die licht wordt en dan weer donker.

De vraag “wie is God precies” en “waar is de hemel” is hier niet belangrijk. God kun je kennen door zijn daden, door zijn bevrijdende handelen. De mensen ontdekken wie God is door met hem te leven, door dichtbij hem te zijn in het land, daar waar de weg licht is.

In dit plaatje is God “in” het paradijs, en “in het verbond”, “in” het land en misschien wel heel sterk “in de tempel”. Maar God is op mysterieuze wijze ook aanwezig in de slavernij, ballingschap en aan het kruis van Christus.

Dit plaatje is een verhaal. Dit verhaal is het ware verhaal van de mensheid, van toen, maar ook van nu. Het is ook ons verhaal voor onze wereld. Het joodse jongetje vraagt aan zijn vader bij de pesachmaaltijd: “Waarom is deze nacht anders dan alle andere?” De vader antwoordt: “Op deze nacht zijn WIJ bevrijdt uit slavernij!” De joden weten dat ze zelf een onderdeel zijn van dit verhaal. Wij mogen dat ook weten, herkennen, vieren, uitleven, symboliseren etc. Wij staan op deze weg: de weg tussen schepping en herschepping, tussen opstanding en de eeuwigheid.

2

Het verhaal begint bij de oerverhalen. Nu staan er meerdere oerverhalen in de bijbel: bekijk bijvoorbeeld psalm 104 eens. Dit is ongeveer hetzelfde als Gen. 1, maar hier en daar anders. De oerverhalen willen dan ook geen verslag geven van feitelijke gebeurtenissen, maar ze zijn de openingsacte van het langere verhaal. De ouverture van Gods verhaal: de schepping. Alles krijgt zijn plaats, als op een toneel worden de decorstukken van elkaar gescheiden. En op het toneel heersen de hemellichamen, de dieren en vooral de mens.

Psalm 8 uit psalmen voor nu:

U hebt de mens een ereplaats gegeven.

Bijna aan God gelijk, zo mag hij leven.

Mensen zijn, Heer, uw afgezanten.

U legt uw werk in mensenhanden.

De mens, geschapen naar het beeld van God; een ikoon, mag mede-schepper zijn met God, orde brengen in de chaos. De wereld is nog niet af.

God en mens staan dicht bij elkaar. Hemel en aarde raken elkaar letterlijk. God woont bij de mensen. Daarom ligt de hemel, de woonplaats van God hier heel dicht bij de mensen.

De mens krijgt een waarschuwing: eet niet van die ene boom van kennis van goed en kwaad.

Later leeft er nog een volk ik een beloofd land. Het paradijs is het beloofde land, de tempel de boom des levens. De joden zien dat dit openingsverhaal gebeurt! De vraag is niet: is dit gebeurt, maar gebeurt het vandaag nog steeds. Zijn wij een onderdeel van dit verhaal?

Weten wij ons gemaakt als beelddrager van God? Hebben jij en ik deze ereplaats? Zijn wij Zijn afgezanten met Zijn werk in onze handen?

3

Als bijbelgetrouwe christenen wijzen op de oorzaak van het kwaad, dan valt meest het woord “zondeval” of “adam en de appel”. Maar buiten Genesis kom je nergens in het hele OT een verwijzing tegen dat het probleem bij ene Adam ligt. (Hooguit Hosea 6:7, maar daar gaat het om de stad Adam.)

Om de “zondeval” goed te begrijpen moeten we dit verhaal zien als de inleiding, de ouverture op het grote verhaal van Israel. Het verhaal wordt immers verteld vanuit Israels zelfbewustzijn. De joden waren bekend met grote koningen zoals Nebukadnezar die beelden van zichzelf liet plaatsen in de veroverde landen. Zo wisten alle mensen: dit is de koning van de wereld, voor hem moeten we buigen en onze belasting betalen. De beelden waren als het ware vertegenwoordigers van de koning. Zo wisten de joden ook: de mens is een beelddrager van God, geschapen naar zijn beeld. Wij zijn de vertegenwoordigers van God, want Hij is de ware koning van de wereld.

De joden hadden een duidelijke wet gekregen: leven of dood: in het land blijven of in ballingschap weggevoerd worden, in de tuin of uit de tuin, bij de booms des levens of bij weg. De geschiedenis van Isreal is bekend; het volk van Jeruzalem werd in 587 voor Christus weggevoerd naar het Babylon van Nebukadnezar. Weg uit het beloofde land, weg uit het paradijs.

Het verhaal van Adam kent meerdere dimensies. De eerste dimensie is het zelfbewustzijn van Israel: Adam is het volk dat in ballingschap gaat. Het is als een van de laatste verhalen toegevoegd aan de canon die wij nu het oude testament noemen (redactie-kritiek). Een tweede dimensie is het symbolische niveau: Adam is de mens, de mensheid die in ballingschap is. Niet alleen Israel is weg uit het beloofde land, alle mensen zijn in ballingschap, weg van de boom des levens. De dood heerst over alle mensen.

Daarom kan Paulus ook weer wijzen op Jezus als de tweede Adam. Jezus presenteerde zichzelf niet als de Heer van de wereld, maar Paulus interpreteert het verhaal op een briljante manier: de Messias van Israel is uit de dood opgestaan: Hij is de beelddrager van God, Gods Zoon, Hij is de vertegenwoordiger, de nieuwe mens, de tweede Adam.

De zondeval is een multi-dimensionaal verhaal, symbolisch, interpretabel maar ook ons verhaal. Jij bent Adam, wij zijn in ballingschap. Net als Israel hopen we op verlossing door een Koning die Gods Koninkrijk zal brengen.

4

De verhalen van Adam en Eva worden door de joodse traditie begrepen als miniaturen van Israel zelf. Adam krijgt een wet, Israel ook. Adam moet weg uit de tuin, Israel in Ballingschap. Ook enkele van de volgende verhalen zijn miniaturen van Israels geschiedenis. Kain moet na de moord op zijn broer het land uit (dit keer na een overtreding van de rituele offerwet). Dit verhaal is onmogelijk letterlijk te nemen, maar past bijzonder goed in het verhaal van Israel. Ook Kain komen we pas veel later tegen bij de profeet Jeremia. De Rechabieten (Kains afstammelingen) zijn vreemdelingen op aarde, Nomaden, maar daarmee het voorbeeld voor Israel.

Ook de toren van Babel eindigt met ballingschap: weg uit de vlakte van Sinear: een vloek over alle volken van de aarde. De vloek van de ballingschap loopt als een rode draad van Adam, via Kain, Lamech, Noach naar Babel. De mens (Adam) en de volken (Babel) zijn vervloekt.

Maar dan krijgt een mens Abraham een stem te horen die zegt: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. (Gen 12, NBG)

Zegen in plaats van vloek.

Alle volken worden met Abraham gezegend.

Terug naar het land.

Een alternatieve mensheid.

Het joodse volk begrijpt dat dit genade is: terug naar het paradijs, de tuin van Adam. Terug naar de zegen, het leven. In Abraham begint God een alternatieve mensheid. Terugkeer uit de ballingschap, bevrijding uit de slavernij, dat is het verhaal van Abraham.

Jezus leren kennen begint hier! De genade en de verlossing is Gods keuze om de mensheid te vernieuwen, ze opnieuw te zegenen en het land te geven. Jezus staat in dit grote verhaal: de terugkeer van de mensheid naar het land.

En misschien wel meer: opnieuw beelddrager zijn van God… de adem van God ontvangen… het leven.

5

Als Abraham in het beloofde land is komt steeds weer de vraag terug: vertrouw je op de belofte of niet? Abraham moet voor een hongersnood uitwijken naar Egypte waar hij de grootst mogelijke problemen heeft met de farao.

Maar ook in zijn nageslacht gaat het fout: Jacob en Ezau, de zonen van Izaak vechten om de erfenis. Uiteindelijk gaat je jongste zoon er mee vandoor. Wel moet hij vluchten naar een ver land. Opnieuw weg uit het paradijs. Je hoort hier de woorden van Jezus doorklinken: een vader had twee zonen: de jongste zei tegen zijn vader…

Jacob’s ballingschap resulteert in een ongelukkig huwelijk met Lea en Rachal. De zonen uit dit huwelijk vechten elkaar letterlijk de tent uit. Opnieuw moet Jozef naar Egypte, als slaaf. Deze slavernij is een voorloper van de grote slavernij die zal volgen als het hele volk onder de heerschappij van een slechte farao zal komen.

De slavernij is niet alleen onrecht. Het betekende ook de overwinning van de afgoden over de schepper-god en de verbonds-god. De Israelieten aanbidden in Egypte uiteindelijk ook de Egyptische goden. Gods Koninkrijk is verder weg dan ooit…

6

De positie van slavernij is zo ontzettend bepalend voor de rest van het grote verhaal. Het volk herhaalt steeds weer: ooit waren we slaven… ooit waren de afgoden sterker dan de god van onze voorvaderen… Deze situatie constitueert het zelfbewustzijn van Israel. Dit is waar we waren.

Dit onderdeel komt later in het verhaal ook weer terug. Vooruit in de tijd: de ballingschap, onder de Assyriers, de Babyloniers, de Perzen, de Grieken en de Romeinen. Maar ook terug in de tijd: Adam ging uit het paradijs, in slavernij, in ballingschap, Jacob ging tot twee keer toe weg uit het land.

En is dit ook niet ons verhaal. Zijn wij niet in slavernij? Slaaf van het vooruitgangsgeloof, slaaf van begeerten, slaaf van reductionisme, slaaf van hedonisme, slaaf van pornografie, slaaf van prosperity, slaaf van veilige kerken en evangelische cliches, slaaf van globale markten? Is het verhaal van Israel op dit punt ook niet ons verhaal?

Een kindje wordt in het water gegooid, de dood tegemoet. Maar als door een wonder staat dit kind op uit de dood en wordt uit het water gered. Dit kind komt te zitten aan de rechterhand van de godheid “farao” de moordenaar. Dit kind is de “zoon van god”, gered uit het water, opgestaan uit de dood: Mozes.

7

“Ma nish’tana haLaila haze mikol haLeilot? Sheb’chol haLeilot, anu och’lin chametz uMatza, haLaila haze kulo matza?” “Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden? Op alle andere avonden mogen we eten Chametz en Matza maar waarom vanavond uitsluitend Matza?”

Dit is de vraag van dat een kind mag stellen aan zijn vader bij de pesach maaltijd. De vader zal dan antwoorden: Omdat wij 400 jaar lang slaven zijn geweest in Egypte, maar God heeft ons bevrijdt… etc”. Opvallend is het woordje “ons” en “wij”. Wij waren slaven in plaats van “lang geleden waren zij slaven”. In onze cultuur maken wij ons los van onze voorgeschiedenis en van ons groepsgevoel. Het individu in het hier en nu, dat is wat telt.

Het verhaal van de uittocht is om twee redenen belangrijk: Ten eerste omdat er een daad van een bevrijdende God is geweest. Daarnaast maakt het verhaal het mogelijk deze bevrijding steeds opnieuw te laten plaatsvinden. Het verhaal, de tekst herschrijft de werkelijkheid van de lezer, van de groep. Dit is de werkelijkheid, daar leven we naar.

Zelfs al volgen er jaren van nieuwe slavernij: toch blijf je dit feest vieren. Als God Israel wil bevrijden uit slavernij, dan laat hij zien dat hij koning is over de ander machten van deze wereld. Niet de Farao, niet Nebuchadnezar, niet Ceasar zijn de baas: God is Koning. Niet Bush, Poetin, niet de chinezen of indiers, niet Balkenende of de VN, niet Wallwart of Microsoft, Shell of de pensioenfondsen, maar God is Koning.

Maar het is nog steeds nacht. Toch is deze nacht anders dan alle andere…

8

In de exodus liet God zien wie hij is: de bevrijder. In de woestijn ging God voor het volk uit: in de wolk en de vuurkolom. Het volk moet dan helemaal opnieuw leren wie God is en wat hij wil. Ze krijgen de rechtvaardige wetten die hen leren leven als vrij volk. Ze krijgen verzoeningsrituelen als het fout gaat en bovenal de Sabbats wetten om te laten zien waar het op draait.

Grootste misvatting van christenen is te denken dat het de Thora een wettisch systeem was, of erger: een manier om door goede daden te worden gerechtvaardigd. Niets is minder waar: de joden zagen zichzelf als door genade gered, door Gods verlossing. Daarna houden zij de wet om in het verbond te blijven. Verbondsnomisme heet dat.

In het beloofde land heeft men het besef dat men weer leeft in de tuin, de hof van Eden. Mozes heeft het in Deuteronomium als gezegd: kies het leven. De psalmenschrijvers herhalen het thema uit Genesis: je bent als een boom, geplant aan waterstromen: eeuwig leven in Gods land. En in dit heilige land stond de tempel: de plaats waar hemel en aarde raakten. Hier woonde de Sjechina: de heerlijkheid van de Here. Hier kon je vergeving krijgen, wijsheid, leven. Wij hebben misschien een beeld van God die ver weg is, maar voor de joden was hij heel dichtbij: de hemel en de aarde zijn vervlochten.

In het plaatje en in het grote verhaal kun je het zien: de weg wordt licht en komt dichtbij God. Deze twee werelden raken elkaar. God is aanwezig in de Sjechina, in de Wet, in de Wijsheid, in de Geest. En op een bepaalde manier ook in de Koning. David was een gezalfde koning die als beelddrager van God mocht regeren in Gods Koninkrijk. Om zo Gods licht te verspreiden over de hele wereld: een stad op een berg die niet verborgen kan blijven.

9

In het grote verhaal heeft God een plan: de wereld verlossen van het kwaad zodat er sprake is van een nieuwe schepping, waar de mens opnieuw beelddrager is van Hem zelf. Om dit doel te bereiken kiest God een volk: Israel. Israel is gekozen door God om de wereld te verlossen zodat iedereen zal zeggen: God is koning over de hele aarde. Daartoe verlost God Israel uit slavernij. Hij verlost de opstandig mens uit zijn ballingschap om te leven zijn tuin met zijn wet.

Maar hoewel het volk de wet heeft, de tempeldienst, de offercultuur… toch rebelleert het tegen de koning. Abraham en Israel waren gekozen binnen een verbondsrelatie. In de oudheid sloot een koning een verbond met een vazal of een nomade-vorst. Er werden afspraken gemaakt over land, leger, recht en belasting. God stelt zich op als koning die een land geeft aan een opstandig volk. Maar als dit volk weer opstanig wordt zal het weg moeten uit het land.

Israel weet dat de overwinning van Nebuknezar van Babylon over Juda een oordeel van God is. Het kwaad, de machten van de afgoden staan in dienst van de God van de wereld. Het rechtvaardige oordeel over het opstandige volk laat echter een groot probleem ontstaan. Hoe zit het nu met het plan van God om de wereld te redden als het instrument, Israel, is weggevoerd door de machten van de afgoden. Is God dan uiteindelijk niet meer van plan deze wereld te redden?

De ballingschap staat in de bijbel in een lijn met Adam die weg moet uit de hof van Eden, met Israel in slavernij onder de Farao van Egypte. Deze ballingschap is de metafoor voor het hele mensheid: in opstand tegen God, aanbidders van afgoden, plegers van onrecht. Maar hoe zal God zijn koninkrijk brengen op de hele aarde? Of is het toch zo dat God deze wereld overlaat aan de totale vernietiging?

10

In Jeremia 29 wordt geprofeteerd dat het volk na 70 jaar zal terugkeren. De koningen van Medie en Perzie verslaan Babylon en de joden mogen terug naar hun thuisland. Onder Ezra en Nehemia is er sprake van een herbouw van de tempel en de stad Jeruzalem. Toch is er geen terugkeer naar de situatie van voor de ballingschap. De Sjechina, de heerlijkheid van de Heer, komt niet terug in de tempel, zoals geprofeteerd door Ezechiel.

De politieke situatie is dan wel beter dan onder de Babyloniers… de Perzen zijn heer en meester in het hele midden-oosten. Er geen sprake van een “koninkrijk van God” zoals in Psalmen bezongen werd. Ook blijven er joden achter in Perzische dienst. De verhalen van Esther en Daniel laten zien dat God toch zorgt voor het joodse volk, in zowel Jeruzalem als in de ballingschap. Maar is God Koning over heel de aarde?

Het boek Daniel kent enkele belangrijke passages over het Koninkrijk van God. Deze voorzeggingen zijn waarschijnlijk gedaan in de tijd van de Grieks-Syrische overheersing onder Antiochus Epifanes in de tweede eeuw voor Christus. Het verhaal vertelt van de droom van Koning Nebuchadnezar: een beeld dat bestaat uit verschillende materialen wordt verbrijzeld door een steen die niet door mensenhanden is losgemaakt. Deze steen groeit uit tot een berg die de hele wereld zal bedekken. Verderop in Daniel is er een strijd met de vier monsters. Uitendelijk worden de monster (de vijanden van Israel) verslagen en zal God plaatsnemen op de troon en het koningschap over de aarde overdragen aan een mensenzoon. Dit visioen in Daniel 7 is niet alleen belangrijk voor het geloof van Israel, maar is de rode draad in het leven van elke kandidaat-Messias.

Later zal er een jonge joodse profeet beweren te zitten aan de rechterhand van de troon van God. Door te verwijzen naar Daniel 7 maakt je duidelijk: nu is het Koninkrijk van God aangebroken.

11

We zijn nu aangekomen bij de tijd van Jezus. In het plaatje hierboven lijkt het alsof de weg weer uitkomt bij God als het volk terugkeert uit ballingschap. Maar door de heerschappij van achtereenvolgens de Perzen, Grieken, Syrisch-Grieken en Parthen is er nauwelijks sprake van een volk in vrijheid. Slechts een korte periode onder de Maccabeen en de Hasmoneen is er een eigen joodse staat. Maar dit koningshuis wordt corrupt en dan komt het grote Romeinse imperium. Hoewel de Romeinen hun “Pax Romana” kennen met veiligheid en voorspoed is dit niet weggelegd voor de armen, slaven, vrouwen en grensvolken. Slechts een kleine elite geniet van de “vrede” die de Keizer bracht.

Onder Romeins bewind is er veel onrust onder de joden. De Zeloten zijn een groep nationalistische vrijheidstrijders die onafhankelijkheid willen. Zij ontvangen hun geestelijke munitie van de Farizeen, de onofficiele geestelijken die claimenden dat Israel zich nog strikter aan de regels moesten houden die hen afzonderden van de heiden. De wet die leven moest geven werd een kenmerk van nationalisme. Hoe begrijpelijk ook… de joodse religie werd steeds meer een zaak van isolatie: geen heil voor de volken, maar heiliging en afzondering voor streng religieuzen.

Een andere optie was collaboratie met de Romeinen. De heersende priesterklasse, de sadduceen en de aristocratie van Jeruzalem hielden vast aan de status quo ten opzichte van de Romeinen. Uiteindelijk draaide het om de vraag: wat is je koninkrijks-agenda? Hoe denk je dat God koning zal worden over Israel en daardoor over de hele aarde? Hoe zal het visioen van Daniel uitkomen? Wie is de Messias?

Als een Messias optrad (er zijn er ongeveer 150 geweest in de eeuwen rond Jezus…) had hij de volgende boodschap: Gods Koninkrijk is nabij, bekeer je en volg mij. Bekering wil zeggen: leg je eigen agenda naast je neer en volg mijn agenda voor de komst van Gods rijk. Flavius Josephus heeft deze woorden bijvoorbeeld gesproken tot een rebellenleider.

De zaak van de Messias was een samengaan van politiek en religie. God zou Koning worden, de vijand verslaan en de tempel en wet herstellen. In de joodse verwachting wordt dit herstel uitgedrukt in woorden van genezing en opstanding uit de doden, een nieuwe tempel en eeuwig leven. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, rondom het nieuwe Jeruzalem.

Maar hoe… dat was de vraag. Maar nog meer van hoe… WIE?

12

Het verhaal van Jezus begint bij Johannes de Doper. Als Johannes in de Jordaan mensen doopt beroept hij zich op Jesaja 40: Een pad door de woestijn in plaats van door de zee, de nieuwe exodus, het einde van de ballingschap is nabij: bekeer je. Jezus sluit zich aan bij deze einde-van-ballingschap-beweging door zich te identificeren met Israel en zich te laten dopen.

Alle uitspraken, gelijkenissen en wonderen gaan over het einde van de ballingschap en (dus) over de komst van Gods Koninkrijk. De voorzeggingen van de profeten zullen nu waarheid worden: Het Koninkrijk van God is nabij gekomen, bekeer je en volg mij. Dit is het evangelie, het goede nieuws. (Het goede nieuws is dus niet: je mag naar de hemel of je krijgt een persoonlijke relatie met Jezus…)

Jezus roept twaalf discipelen waarmee hij zegt: dit is het alternatieve Israel. Jezus wil Israel verlossen en haar laten doen waar ze toe was geroepen: een stad op een berg, een licht voor de wereld zijn. De bergrede laat zien wat God ziet in het nieuwe Israel.

Jezus roept zondaars, zieken en bezeten mensen tot zich. Als hij ze aanvaardt en vergeeft, geneest en bevrijdt dan zegt hij: je hoort weer bij Israel. Voor jou is de ballingschap nu voorbij. Jezus vergeeft zonden, iets wat alleen in de tempel mocht gebeuren. Jezus vergeeft “on site” en daarom is zijn beweging een counter-temple movement.

Jezus vertelt gelijkenissen die twee dingen betekenen: dit is het einde van de ballingschap> Een goed voorbeeld is “de verloren zoon”. De tweede zoon is Jacob die weggaat en weer terugkomt. Het verre land is Babylon (of Egypte). Thuiskomen betekent dat het nieuw Israel is gekomen door de Messias. Maar de gelijkenissen hebben ook de betekenis van oordeel: Jezus veroordeelt de nationalistische strijd tegen Rome, het wetticisme dat de nationale identiteit wil versterken. Jezus boodschap is: ik beheer een alternatieve politiek-religieuze agenda. Bekeer je voordat het oordeel komt.

Jezus weet dat Gods oordeel zal komen over Israel, en speciaal Jeruzalem en in het bijzonder de tempel. Dit oordeel zal worden uitgevoerd door de Romeinen. Al Jezus toekomst “voorspellingen” gaan over de directe toekomst: het einde van Jeruzalem, de tempel en de corrupte priesterklasse.

Als Jezus naar Jeruzalem gaat wordt de confrontatie onvermijdbaar. Jezus komt binnen als Messias van Israel. Psalm 118 wordt gezongen bij zijn entree in Jeruzalem, hij zuivert de tempel (een Messiaanse actie bij uitstek!) en hij viert het avondmaal. De laatste actie laat zijn agenda zien: waarom is deze avond anders dan alle andere? Jezus antwoordt: dit brood… is mijn lichaam dat voor jullie verbroken wordt en deze wijn is mijn bloed!

Jezus weet dat hij de Messias is, geroepen om de grote strijd te strijden. Maar niet tegen Rome, maar tegen de ultieme vijand, de satan, het kwaad zelf. Jezus weet dat Gods oordeel komt maar weet uit de profeten dat er een uitweg is: de weg van de lijdende knecht van de Here. Jezus wil als Messias het oordeel over Israel dragen, door zelf het oordeel van Rome over zich uit te roepen. Zo wil hij degene die bij hem horen redden: er is uitredding voor het nieuwe Israel: zij moeten zijn Koninkrijks agenda doorgeven.

Jezus identificeert zich in zijn proces overduidelijk met de Messias. In Marcus 14:62 antwoordt Jezus op de vraag: “Ben jij de Zoon van God?” met “Je zult de Zoon des mensen zien aan de rechterhand van God (=Daniel 7) en komen op de wolken van de hemel (=Psalm 110)” Twee kernteksten over de Messias. (Zoon van God is dus niet de tweede persoon van de drie-eenheid, maar “Messias”).

Deze bekentenis is de spreekwoordelijke druppel. De confronterende acties van Jezus, de politiek-religieuze overwegingen van de priesterklasse (laat een man sterven…) en de macht van Rome vormen het mengsel dat leidt tot Jezus dood. Hij sterft als Messias van Israel, Jezus van Nazareth, Koning der Joden.

Op de laastste dag van de oude schepping zegt de vertegenwoordiger van Israel en daarmee van de hele mensheid: het is volbracht. Dezelfde woorden die God sprak op de zesde scheppingsdag. Jezus sterft in de hoop dat God de rechtvaardige zal opwekken op de eerste dag van de nieuwe schepping.

13

Op de zesde dag van de oude schepping zegt Jezus: het is volbracht. De sabbat rust hij in het graf waarna de vrouwen naar de tuin gaan om zijn lichaam te balsemen. In de tuin gebeuren de meest vreemde dingen: het graf is leeg, het lichaam is weg, Jezus verschijnt maar is anders. Twee engelen vertellen dat hij hier niet meer te vinden is. Deze weg loopt dood.

Het verhaal sluit aan bij de eerdere verhalen. Het graf ligt in een tuin en Jezus wordt aangezien voor de tuinman. Net als Adam een tuinman was in de tuin van Eden. Als Adam en Eva weg moeten uit de tuin bewaken twee engelen te toegang. Nu staan er twee engelen die uitgang bewaken van de weg naar de dood. Ze wijzen nu naar de boom des levens en niet naar de dood.

Jezus staat op uit de dood op de eerste dag van de nieuwe week: hij is de eerste nieuwe schepping. Hij zegt: shalom, vrede en blaast de levendmakende geest opnieuw uit over het nieuwe Israel. De profetie van Ezechiel komt uit: een nieuw volk staat op uit dorre doodsbeenderen. Het is een herhaling van het scheppingsverhaal: de mens wordt een levende geest door Gods adem.

De opstanding uit de dood is bijzonder omdat Jezus als mens vooruitloopt op de rest van de mensheid. Zijn lichaam is volkomen herschapen. De weg gaat door, door de vertegenwoordiger van Israel: de levende Messias. En daardoor gaat de weg verder met zijn volgelingen. In zeer korte tijd krijgen zij de volmacht om te participeren in de weg van het Koninkrijk van God.

Als Jezus naar de hemel gaat doet hij dit in een wolk: de sjechina, de heerlijkheid van de Here, omsluit Jezus terwijl hij naar Gods werkelijkheid gaat. Jezus is nog steeds met zijn volgelingen, maar in zijn Geest die hij over hen heeft uitgestort. Hemel en aarde raken elkaar nog steeds. Niet meer in de tempel in Jeruzalem, niet meer in de belichaming van God, Jezus, maar in het samenkomen van de volgelingen: zij zijn nu de tempel waar Gods Geest woont en Jezus present is.

Dan gaan er heel veel dingen veranderen. De weg is loopt niet langer naar de verwachtte Messias toe. Niet langer naar de komst van het Koninkrijk. De weg wordt nu de implementatie van Jezus Koningschap over de hele wereld. Een heel nieuwe agenda.

Het nieuwe testament is een relaas van Jezus activiteiten en woorden, maar nog meer een reflectie van wat de  eerste gemeente begrepen heeft van de nieuwe realiteit. De brieven aan de gemeenten en de geschreven evangelien laten zien hoe de nieuwe schepping zijn beslag zal gaan nemen. De bijbel is op dit punt geen autoriteit, maar een werkboek waar de autoriteit, de heerschappij van Koning Jezus zijn plaats krijgt. Geen bewijstekstenboek, maar een actieboek over een nieuwe realiteit.

14

In de vorige twee delen van “Emerging Jesus” hebben ik laten zien hoe Jezus leven past in het grotere verhaal van Israel en Gods missie voor deze wereld. Jezus dood is de “cruciale” climax van een “framing story” een verhaal waarin de Messias van Israel kiest om zijn volk en volgelingen te redden van het oordeel. Dit oordeel (van God, door Rome) past binnen de politiek-religieuze achtergrond waarin de hele bijbel is gesitueerd. In Jezus’ dagen zijn de verhalen en contra-verhalen gericht op Rome en haar afgoden aan de ene kant en het joods-nationalistische wetticisme aan de andere kant. Zijn evangelie van het Koninkrijk van God is het alternatief op de agenda’s uit Jezus’ tijd. Zijn radicale boodschap van wet-interpretatie, dienstbaarheid, liefde en genezing en feesten leidt tot zijn dood aan het kruis. Zijn boodschap is ook politiek-religieus, maar anders.

In de opstanding laat God zien: de nieuwe schepping is begonnen, Jezus leeft! De Geest als levendmakende adem vervult Jezus’ volgelingen om hen onderdeel te laten zijn van de nieuwe schepping. Opnieuw is Jezus hierin het centrum van Gods handelen. De volgelingen krijgen deel aan hem. De Geest is een voorteken van wat ooit zal komen in volmaaktheid. Het is als een boodschap uit de toekomst: eens zal alles nieuw zijn als het Koninkrijk van God volledig is doorgebroken. Daarom vertellen de volgelingen opnieuw het evangelie: van Jezus woorden en werken, via zijn kruisiging en opstanding tot zijn troonsbestijging. God is Koning en Jezus is de Messias, de Heer.

De volgelingen gaan dan leven als het nieuwe alternatieve Israel die de levende Jezus in het centrum van hun aanbidding hebben staan. Zij brengen de woorden van Jezus evangelie, de bergrede, in praktijk. Het leven van de eerste gemeente staat in lijn met het grote verhaal: dit is het einde van de ballingschap, de rust, de shalom, het Koninkrijk van God.

Dan vertellen ze en schrijven ze het evangelie. De boeken die wij nu kennen als Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes zijn geen verslag van Jezus leven, maar verslag + gelovige interpretatie. Ze kijken terug op Jezus leven met alles wat ze weten vanuit kruis, opstanding en troonsbestijging. Ze noemen Jezus, “Zoon des Mensen” en “Zoon van God” wat zoiets betekend als “nieuwe mens, tweede adam”. Er is geen sprake van tweede persoon van de drie-eenheid achtige betiteling. Ze noemen hem “Messias” of “Christus”, de gezalfde koning. Ze spreken over het Koninkrijk van God wat ze betrekken op het verhaal van Israel, de vervulling van wet en profetie.

Wat wij weten over Jezus is hoe de gemeente hem heeft gezien en hoe ze hem zijn gaan volgen. De boeken zelf hebben geen goddelijke autoriteit, maar Jezus is Heer, Hij heeft autoriteit!

Deze boodschap is in eerste instantie een confrontatie met het nationalistische judaisme uit de tijd van de eerste gemeente. Jezus is de levende Messias van Israel en zijn volgelingen het nieuwe ware Israel. Maar als Het koninkrijk is gekomen, dan zullen alle volken komen om de God van Israel te aanbidden. Gods plan was immers voor alle volken. Dat was de belofte aan Abraham, bezongen de Psalm-dichters, voorzegd door de profeten. En de volken komen: heidenen leggen hun alternatieve agenda neer voor Jezus, de Heer.

De “Jezus is Heer” beweging naar de heidenen past in Israels verhaal, maar is tevens een “contra-ceasar” beweging. De ceasar van Rome was de “zoon van god”, de “verlosser”. Hij bracht vrede (pax romana) en recht (justitia) voor alle volken. Hij was de Kurios, de Heer van de wereld. Maar nu is er een nieuwe Heer, een nieuwe Kurios. Kurios Jezus wordt aangekondigd door zijn herauten: elke knie zal zich buigen!

Opnieuw een politiek-religieuze boodschap: de confrontatie met de Keizer en een nieuwe mensheid rondom Jezus. Dit kost duizenden volgelingen van Jezus hun leven. Maar dat wist Jezus al: hem volgen is je kruis opnemen. De agenda van deze koning is een nieuw politiek-religieuze realiteit: het koninkrijk van God met Jezus als Kurios, Heer, Messias. Deze realiteit heeft een agenda: de bergrede, dienen, liefhebben, je leven geven. Deze nieuwe realiteit heeft een sociologie: een alternatieve mensheid, een alternatief Israel, een alternatieve groep geroepenen: de kerk.

En deze realiteit heeft een toekomst visie, een hoop: er komt een nieuwe hemel op de nieuwe aarde: Gods wil zal geschieden op aarde, zoals in de hemel.

Wij lopen nu ook op deze weg. Wij leven in dit verhaal! Wij volgen deze Jezus.

15

De volgelingen van Jezus weten dat zij een onderdeel zijn van het grote verhaal van schepping tot herschepping, van het verbond met Abraham, Mozes, David en de profeten. Ze weten dat dit verhaal zijn climax kent in de komst van de Messias, Jezus van Nazareth.

De volgelingen van Jezus identificeren zich met het hoofdthema van het verhaal: Het Koninkrijk van God. Dit verhaal kennen ze door de thora, de psalmen, de wijsheidsliteratuur,  de profetie, de joodse apocalyptiek, maar vooral door de boodschap van Jezus, de gelijkenissen, bergrede, genezingen, met als climax zijn lijden, sterven, opstanding en troonsbestijging.

De Geest van God maakt hen een onderdeel van dit verhaal. Dit is dezelfde geest die de mens de levensadem gaf, die sprak door de thora, die de dorre doodsbeenderen liet leven in Ezechiels visioen. Als Jezus het heeft over wedergeboorte door de Geest (Joh.3) dan wijst hij terug naar Ezechiel 36. Het einde van de ballingschap is gekomen door Jezus. De volgelingen gaan de boodschap van Gods Koninkrijk verspreiden. Confrontaties met Jeruzalem en Rome volgen.

Ook wij bevinden ons op deze weg. Ook wij volgen Jezus, ontvangen deze Geest en verkondigen het Koninkrijk van God. Wat wij in rekening moeten brengen zijn de ontwikkelingen van de laatste 2000 jaar. De bijbel is geen boek met absolute waarheden, maar getuige van het verhaal. Als wij het verhaal lezen kleuren we dit met onze leesbril, onze verwachtingen en onze cultuur. Vooral het modernisme kleur onze visie op Jezus. We denken vaak individualistisch (Jezus is er voor mij / ik heb een persoonlijke relatie met Jezus), we denken vaak dualistisch (God is ver weg / de hemel is mijn doel / ik hoop op iets bovennatuurlijks) en we projecteren God op onze westerse behoeften aan gezondheid, welvaart, psychologische noden en behoefte aan entertainment. Jezus wordt een individuele knuffelbeer met bovennatuurlijke krachten.

Gaan wij Jezus weer opnieuw ontdekken?

Het verhaal is daartoe ons belangrijkste instrument: terug naar de Jezus van Gods Koninkrijk. Terug naar “wij” in plaats van “ik”. Terug naar “Gods wil op aarde zoals in de hemel”. Weg van de individualistische Jezus. Weg van de moderne goed-voorbeeld-liberale Jezus. Weg van de tijdloze waarheden. Weg van de prosperity Jezus.

Een andere instrument om Jezus her te ontdekken is kijken naar de toekomst. Jezus leeft en is bezig met de bouw van zijn Koninkrijk richting de nieuwe schepping.

16

Om Jezus te “herontdekken” hebben we een perspectief nodig op de toekomst. Waar is God op uit met de hele schepping? Wat is zijn ultime doel met de mensheid? En dus: waarom de geschiedenis van Israel en waarom Jezus?

Andrew Perriman stelt in zijn boek “Re:Mission” dat het Nieuwe Testament een drie-dubbele horizon kent. Ten eerste is de missie van Jezus, inclusief wat hij zegt in zijn toespraken over de toekomst, de verlossing en het herstel van Israel. Jezus horizon gaat dus niet verder dan zijn volk.

Maar als Jezus Israel verlost en herstelt, dan komt (ten tweede) de missie van Israel aan de wereld weer in beeld. God wordt Koning over de hele aarde, de volken zullen de God van Israel dienen. Deze tweede horizon, uit de brieven en openbaringen gaat over de onderwerping van de machten van Rome aan de God van Israel, door haar Heer, de Kurios, Jezus Christus.

Conclusie: het Nieuwe Testament kijkt niet voorbij aan verlossing van Israel en de onderwerping van Rome aan de heerschappij van God door Jezus Christus. En dit is misschien een schokkende conclusie: het nieuwe testament gaat niet over vandaag en niet over jouw en mijn leven. Het is gebonden aan de historische situatie.

Maar omdat jij en ik dat niet leuk of geestelijk genoeg vinden maken we een theologisch (hermeneutisch) principe waarin de bijbel “gods absolute woord voor alle tijden” is. En maken we rationele of emotionele kunstgrepen om Jezus en Paulus woorden toch voor ons te laten gelden ook al zijn ze niet voor ons geschreven. Het dogma of de hermeutische principes laten ons geloven dat ze wel voor ons zijn geschreven.

De derde horizon staat echter nog open: De herschepping van hemel en aarde. Gods werk door Israel en zijn climax en Jezus Christus hebben hun uitwerking naar een nieuwe schepping. Jezus is daar in zijn opstanding al het bewijs voor.

Wat wij nodig hebben is een creatieve visie op deze herschepping. We moeten met verbeelding voor gaan stellen hoe deze werkelijkheid er uit zal zien. Deze verbeeldings-capaciteit wordt vakkundig afgebroken door modernistische theorien over hoe deze werkelijkheid functioneert. We hebben door de verlichting en moderniteit dus een ‘epistemologisch’ probleem. in simpele woorden: we kunnen ons geen werkelijkheid voorstellen buiten de wetmatigheden van onze rationele geest.

Daarom moeten we het hele verhaal van schepping tot herschepping, van Abraham tot Christus steeds opnieuw lezen, vieren, symboliseren, uitleven en verbeelden zodat we nieuwe visie krijgen op de herschepping. Snap jij iets van Jezus opstanding? Nee? Ik ook niet. Maar de betekenis begint wel te dagen in de lijn van het grotere verhaal.

Als wij kerk willen zijn zullen we het grote verhaal steeds opnieuw moeten doorgaan om zo te worden tot een creatieve gemeenschap waar de opstanding opnieuw gebeurt. Door nieuwe hoop, nieuwe verhalen, nieuwe leefstijlen, nieuwe creaties en kunst, nieuwe symbolen en feesten, nieuwe gerechtigheid en verlossing.

17

Wil jij je ook identificeren met deze Jezus? Wil je hem volgen?

Ben je klaar om een een heleboel denkbeelden over Jezus te herzien?

Wil jij veilige en heilige huisjes afbreken?

Ik denk dat het nodig is. Ik denk dat we weer op zoek moeten naar authentieke kennis van Jezus en zijn agenda. We moeten het aandurven om de bijbel te ontdoen van modernistische en emotionele laagjes.

Dan zullen we in staat zijn om een nieuw soort kerk of christendom op te bouwen.

Bronnen voor dit verhaal:

– N.T. Wright (Christian Origens and the Question of God; vol. I, II & III)

– Andrew Perriman (Re:Mission & The coming of the son of man)

– James D. Dunn (Jesus Remembered)

– Rob Bell (Velvet Elvis)

– Stanley Hauerwas (Resident Aliens)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s