Jezus in zijn Joodse context

Standaard

(eerste van de vijf onderdelen uit de N.T. Wright lezingen)

De Nieuw-Testamenticus, Tom Wright (N.T. Wright) wordt gezien als een van de meest spraakmakende theologen van dit moment. Wright ontvangt uit verschillende kerkelijke hoeken lof en kritiek. Lof omdat hij als geen andere lastige theologische concepten inzichtelijk kan maken en omdat hij de bijbelse boodschap en het historische jezus-onderzoek aan elkaar weet te verbinden. Kritiek omdat hij heilige huisjes omver haalt. Wright wordt ook gezien als de theoloog van de Emerging Church beweging, hoewel hij zelf echt Anglicaan is. De onderstaande samenvatting is gebaseerd op zijn boek “Jesus and the Victory of God”.

a. Waarom een zoektocht naar de historische Jezus?

Er zijn verschillende redenen om een zoektocht te houden naar de historische Jezus. Ten eerste omdat we leven in een “post-christelijk” tijdperk. Veel mensen binnen, maar vooral buiten de kerk zijn bekend met het woord “Jezus” als een soort erfenis van het christendom en de kerk. “Jezus” roept allerlei denkbeelden en herinneringen op. Soms kent men Jezus als gepresenteerde noodzaak tot verlossing van zonden, soms als evangelische feel-good goeroe, soms als inspirerende persoon maar niet meer dan dat. Veel oudere mensen zijn zelfs allergisch voor de naam “Jezus”. Kunnen we niet religieus zijn zonder Jezus? Veel jongeren zijn in groeiende mate onbekend met Jezus en het verhaal uit de bijbel. Ten tweede is er sprake van een crisis in zowel kerk als wereld. De huidige problemen in de wereld –voedsel, water, klimaat, economie, macht, armoede, bevolkinsgroei, terreur, etc- worden niet wezenlijk aangepakt door de “oude theologie” of zijn zelfs ontstaan dankzij de oude denkbeelden over God, Jezus en de kerk. We hebben dus een frisse visie op Jezus nodig om te komen tot vernieuwing in de kerk en om een antwoord te hebben op de crisis in de wereld. N.T. Wright geeft ons deze frisse visie!

b. De zoektocht van naar de historische Jezus voor Dummies

Vanaf de tweede eeuw na Christus is er in het Christendom nauwelijks kennis geweest van de historische gegevens uit de tijd van Jezus. Er was geen “historisch bewustzijn”, geen verbinding met land en volk in Jezus’ dagen. Daartoe was geen noodzaak, omdat de joodse wortels van de bijbel volledig waren verdwenen. De theologie vanaf de tweede eeuw is grotendeels geladen met “grieks denken”.  John Piper zei onlangs dat we vandaag meer weten over Jezus dan in de afgelopen 1800 jaar.

– De meeste voorkomende visie op Jezus slaat grotendeels het oude testament, en dus ook de Joodse context over. De orthodoxe theologie begint met de volmaakte schepping en daarna de historische, letterlijk zondeval en erfzonde. Deze zondeval wordt pas weer rechtgezet op Golgotha door de plaatsvervangende offerdood van Christus. De tussenliggende periode wordt gezien als demonstratie van een heilig God en een opstandig joods volk, dat zich niet aan de wet kan houden. De joodse context, alsmede het leven en de woorden van Jezus voor zijn dood doen er minder toe. Jezus kwam immers om te sterven voor de zonde van de mensheid. De boodschap van het evangelie werd gelezen als een a-historische, tijdloze waarheid die door de kerk uitgedragen moest worden aan een zondige mensheid.

– het historische Jezus onderzoek is vooral bekend geworden door Albert Schweitzer (1875-1965) en zijn boek – Geschichte der Leben-Jesu forschung. Schweitzers geweldige vinding is de zogenaamde “eschatologische” verwachting van Jezus en zijn tijdgenoten. Jezus verwachtte volgens Schweitzer het immanent einde van de wereld en alles in zijn bediening staat in het teken van de verwachting. Dit maakt Jezus tot een prediker van “apocalyptische” woorden: verhalen en symbolen rondom het spoedige einde van de wereld. Schweitzer ging er van uit dat Jezus geloofde in een direct en letterlijk einde van het universum in ruimte en tijd. Toen dit niet gebeurde wierp Jezus zichzelf in de strijd en werd hij slachtoffer van de machten. Door deze onverwachte dood kwam er toch een wending in de geschiedenis. De later volgelingen van Jezus maken een minder radicale theologie.

– Schweitzer stelde Jezus voor als een wilde, ongeletterde radicaal die uiteindelijk niet begrepen werd en stierf als slachtoffer. De theologie ging onder aanvoering van Rudolf Bultmann (1884-1976) een andere kant op: de geschriften over Jezus, de evangeliën en de brieven werden gezien product van de gelovige gemeente en niet als verslag van historische gebeurtenissen. Bultmann stelde dat je niet kon spreken over de “historische Jezus”, maar over de “Christus van het geloof”. Wat was uiteindelijk de boodschap de inhoud van het geloof, dat een christen typeert? Om achter deze boodschap te komen moest de bijbel “ontmythologiseerd” worden. De mythische en irrationele woorden van de bijbel moesten gelezen worden in de traditie van de existentialisme van Kierkengaard en Heidegger waarbij de verkondiging van de waarheid mensen moet stimuleren tot het maken van een keuze. Historisch feiten doen er niet toe. Wat een gelovige kiest op basis van de verkondiging: daar gaat het om.

– De “New Quest for the historical Jezus” begint bij Ernst Kasemann. Zijn motivatie is prima, zijn methode misschien minder. Hij begint opnieuw met de zoektocht naar de historische Jezus omdat er in Hitler-Duitsland een Arische, anti-joodse Jezus wordt voorgesteld en er dus noodzaak is naar een studie naar de bronnen. Kasemann zoekt naar criteria om de betrouwbaarheid van historische bronnen vast te stellen. Uit deze traditie ontstaat het “Jezus-seminar” dat naast de bijbel zoekt naar gnostische geschriften uit de eerste eeuwen. Men probeert een eigen invulling te vinden wie Jezus zou kunne zijn geweest en laat de bijbel als leidraad los.

De “Third Quest for the Historical Jesus” begint in de jaren 80 van de vorige eeuw en richt zich vooral op de joodse eschatologie, de dode-zee rollen, de Mishna en Talmoed en de geschriften van Josephus. Uit deze joodse geschriften geconstrueerd men het joodse wereldbeeld uit de eerste eeuw en dus ook de mindset van Jezus en Paulus. Men begint het nieuwe testament opnieuw te lezen tegen horizon van de Joodse context. N.T. Wright is een van de voornaamste spreekbuizen van de Third Quest.

Veel christenen zullen weinig hebben met al deze theologische verhandelingen. Toch geeft de recente geschiedenis van Jezus ons heel veel nieuw informatie die nodig is voor de kerk en de wereld van vandaag. We kunnen veel leren van de “eschatologische” interpretatie van de het nieuwe testament: dwz. De bijbel lezen met het oog op Gods unieke ingrijpen in de wereldgeschiedenis en de geschiedenis van Israel. Alle onderwerpen als “Koninkrijk van God”, “gerechtigheid”, “nieuwe schepping” en nieuwe visies op missie, missionair/missional kerk-zijn en “incarnatie”-theologie hebben we te danken aan de recente theologische ontwikkelingen. Dynamiet voor de kerk van morgen!

 

c. Het Joodse wereldbeeld: Monotheïsme, Uitverkiezing en Eschatologie.

N.T. Wright construeert uit de beschikbare bronnen een wereldbeeld wat ons een interpretatie-kader biedt voor het lezen van het nieuwe testament. Wright komt toe de volgende drie woorden: Monotheïsme, Uitverkiezing en Eschatologie.

Monotheïsme.

De joodse gelovigen in de eerste zien hun God als enige ware God. Dus niet een God als hoogste van alle andere goden (henotheisme) laat staan een god te midden van meerdere (polytheisme) en al helemaal niet als verering van een afgod (paganisme). De ene God was ook niet een verre, afstandelijke god die ooit deze wereld in gang heeft gezet, maar die in feite afwezig is (Deisme) en ook niet een god die volledig opgaat in de stof en de natuur (Pantheisme). Het joodse denken in de eerste eeuw is te onderscheiden van Epicurisme (=Deisme) en Stoicisme (=pantheisme). Ook is het geen gnostiek met een valse tegenstelling tussen de joodse schepper-god, de anti-god van de materie, de Demiurg en de ware God, de Vader van Jezus Christus, de verlosser die zijn goddelijke licht in ieder mens heeft gelegd en ons vrijmaakt van de materiële banden via geheime kennis (=gnosis)

De God van Israel is als Schepper God, intens betrokken op zijn schepping in de natuur en de wereldgeschiedenis. Hemel en aarde zijn twee sferen van dezelfde werkelijkheid die slechts door een dunne laag van elkaar zijn gescheiden maar grotendeels aan elkaar zijn verbonden: een mysterie. Toch creëert deze verbinding, deze betrokkenheid van de Schepper God op de werkelijkheid een enorm probleem: de aanwezigheid van het kwaad, lijden en dood. Waarom zijn er verkeerde machten en vooral: Wat doet God er aan?

Het Joodse geloof is een “inside-out look”: men gaan niet terug naar het “oorspronkelijke probleem” van een zondige Adam, maar men beziet het kwaad en vraagt: Wat doet God hier aan? Is God trouw of betrouwbaar? Wat is Gods antwoord op het probleem van het kwaad?

Het antwoord is: de Uitverkiezing van Israel als God volk: het verbond.

Uitverkiezing.

Uitverkiezing heeft niets te maken met de reformatorische opvatting van dit begrip (Een god die voor de schepping al heeft gekozen wie er gered zou worden en wie verworpen zou worden; een begrip wat vooral draait om de soevereiniteit van God tegenover de vrijheid van de mens: een theoretische strijd die vooral pas binnen de een rationele interpretatie van de heils-leer). Uitverkiezing binnen de theologie van N.T. Wright heeft te maken met de vraag “Wat doet God aan het kwaad?” en het bijbehorende antwoord: “God kiest Israel” uit als oplossing van het kwaad.

Niet Jezus en zijn dood/opstanding is Gods antwoord op het kwaad in de wereld, maar het uitverkiezen van een speciaal volk, een alternatieve mensheid is Gods antwoord. Jezus en zijn dood/opstanding is de climax en keerpunt binnen het verhaal van Israel: de oplossing van God. Dit punt is het belangrijkste punt binnen de hele theologie van N.T Wright! De hele theologie over Jezus moet je lezen binnen het verhaal, de uitverkiezing van Israel. Welke punten zijn belangrijk in het kader van Uitverkiezing?

TORAH:

* Abraham erft de rol van Adam: zegen, vermenigvuldiging…

* Vloek van Adam wordt de zegen van Abraham. De vloek over Adam kun je lezen als “probleem van de hele mensheid”. Adam (=mens) leeft niet langer in het beloofde land, de hof van Ede, maar is vervloekt. Het is te lezen als een beschrijving van de werkelijkheid. De vloek resulteert in het eeuwenoude strijd tussen de machtige akkerbouwers en de meer kwetsbare nomadische volken. Of: Kain slaat Abel dood. Kain wordt op zijn beurt een stedebouwer (vanuit akkerbouw komt de stadstaat) en vanuit de macht van de steden ontstaan de imperiale machten, lees: de Toren van Babel. Na de geschiedenis van de vloek over Adam, de mensheid en de machten komt de uitverkiezing van Abraham en opnieuw de zegen.

* De hof van Ede = het beloofde land. (zie Ezech 36:35)

* Israel wordt een volk van Priesters

* De volken constateren dat de “goden dichtbij” zijn temidden van het volk Israel. (zie Dt.4:7)

PROFETEN:

* Na de ballingschap komt het volk terug in het beloofde land. Dit wordt gezien als “nieuwe schepping”. Het land dat verwoest is (tohuwabohu) wordt opnieuw door Gods adem geschapen. (Zie Ezech. 37)

* Als God ingrijpt in de geschiedenis van zijn volk, zullen de volken van de wereld ook de God van Israel aanbidden. (Zie Ps 117)

WIJSHEID:

* God heeft de wereld door (of:in, met, voor) de wijsheid geschapen. Wijsheid wordt zelfs voorgesteld als een persoon naast God, een kind van God. De mens heeft wijsheid nodig om echt mens te worden. De wijsheid-literatuur is dus een verlengstuk van Gods scheppende werk.

* De Psalmen bezingen dat de Schepper-God  dezelfde is als de God van het verbond. Het maken van een verbond is dus te vergelijken met het scheppen van een wereld. God schept een nieuwe mensheid door een verbond te sluiten met Israel.

De geschiedenis van Israel hangt in de bijbel samen met het lot van de volken. Soms ten gunste van de volken, bijvoorbeeld: Ps 117, Ruth, Koningin van Sheba. Maar soms ook als oordeel over de volken, bijvoorbeeld Daniel 2 en 7.

Maar: Als God het (1e) probleem van het kwaad wil beantwoorden met de uitverkiezing van het volk Israel, waarom heersen de volken en machten dan over het volk Israel en waarom faalt Israel in haar roeping een alternatieve mensheid te zijn? Dit is het 2e probleem waar het joodse wereldbeeld een antwoord op zoekt. Het verhaal van Israel zelf is op zoek naar een oplossing voor haar eigen probleem. Men verwacht dat God zal ingrijpen in de geschiedenis van haar volk en dus van de wereld, in een moeilijk woord: Eschatologie.

Eschatologie.

De Ballingschap (begonnen met de vernietiging van Jeruzalem en de tempel door koning Nebukadnezar van Babylonie in 587 voor Christus) werd gezien als een enorm probleem binnen het eerste probleem: Als de goede Schepper God Israel heeft uitgekozen om tot licht te zijn voor de volken als oplossing voor het kwaad, waarom lijken de rollen dan omgedraaid? De Ballingschap is niet alleen een politiek en militair probleem, maar ook een theologisch probleem: Is God wel trouw aan zijn beloften? Wat komt er van Gods reddingsplan met Israel terecht? Hoe gaat God het probleem van Israel oplossen? Wat is het probleem eigenlijk? Waarom zijn we in ballingschap? En wat moet er gebeuren om terug te keren?

Ook na de fysieke terugkeer van het volk onder koning Cyrus van Perzie blijft er binnen het Jodendom de overtuiging dat het volk nog steeds in ballingschap is:

* God moest terugkeren Jeruzalem.

* De Heerlijkheid van de Here zou terugkeren naar zijn tempel.

* Men zag zichzelf nog steeds als slaven.

Om het probleem van de voortdurende ballingschap op te lossen was er een oplossing voor het probleem van de zonde nodig (zonde= doel missen, doel was een licht, zegen voor de volken zijn, een koninkrijk van priesters). Zie Jes. 40:1, Jer. 31:31, Ezech. 36:24.

Om dit op te lossen was er een offer nodig. Een offer verwijst naar het offer bij de exodus. De ballingschap als geheel werd gezien als een offer. Jes.53 wijst op Israel als Dienaar en als offer.

De huidige crisis (de ballingschap) werd uitgedrukt in “apocalyptisch taalgebruik, woorden, symbolen”. Apocalyptiek is het geven van theologische betekenis in woord en symbool (of symbolische daad) aan een politieke realiteit. Het gaat niet om de letterlijke of feitelijke betekenis: geen einde van de wereld, maar een einde van de huidige “eeuw” en de verwachting van een nieuw tijdperk. In metaforen wordt gesproken over de crisis in het land, volk en tempel. Letterlijke en feitelijke daden komen op een hoger plan te staan door ze te zien als symbool. Ze krijgen theologische betekenis: door woorden en daden grijpt God in. (Symbolisch is dus niet minder dan feitelijk, maar veel meer!)

Zo wordt het herstel van Israel en het einde van de ballingschap beschreven in termen van “opstanding uit de dood” en “vergeving van de zondaar” en “genezing, bevrijding en herstel”.

Dan verschijnt er een jonge profeet op het toneel die in woord en daad de belichaming is van hoop van Israel, het einde van de ballingschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s