Re:Mission – Andrew Perriman

Standaard
Re:Mission – Andrew Perriman

Andrew Perriman is de auteur van dit interessante boek: Re:Mission, Biblical mission for a post-biblical church. Ik heb het voornemen om dit boek voor jullie te bespreken. Andrew komt 15 juni naar OASE, Soest om een studiedag te verzorgen over de inhoud van dit boek en de gevolgen ervan voor Emerging Churches in Nederland.

Toch even beginnen met een puntje van kritiek. Dit boekje zou deel 1 van twee delen moeten zijn omdat het in zeer veel bewoordingen ingaat op het bijbelse verhaal en nauwelijks op de missie voor een “post-biblical church”. Het is erg nuttig omdat het duidelijk vertelt wat missie niet is. Perriman deconstrueert het oude missionaire idee dat het nieuwe testament een missie oplevert voor de kerk. Een nieuwe missie wordt nauwelijks opgebouwd. Perriman is de eerste die dat toegeeft.

Perriman geeft aan dat de horizon van het Nieuwe Testament vrij beperkt is. Jezus doet geen uitspraken over de toekomst, behalve de naderende crisis met Rome en ook de rest van het nieuwe testament geeft maar sporadisch inzicht in de missie van de “post-biblical church”. Het boek geeft op zeer heldere manier aan wat de missie van Jezus was en wat de de boodschap aan de vroege kerk was.

:::

Perriman begint zijn boek met het vertellen van “two bedtime stories”. Jezus heeft in Johannes 1 een ontmoeting met Nathanael. In dit verhaal staat de identiteit en missie van Jezus centraal. Jezus vertelt dat hij “Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.”, waarom Nathanael antwoordt: “Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!”. Maar het gaat nu even om de laatste uitspraak van Jezus: “Je zult nog grotere dingen zien.” “Waarachtig, ik verzeker jullie, jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.”

Deze zin is een verwijzing naar het verhaal van Jacob’s droom. Jacob moet weg (= ballingschap) vanwege het bedrog tegenover zijn vader en broer. Maar de belofte van God aan Abraham zal toch uitkomen. Jezus betrekt dit verhaal niet op Jacob, maar op de “Mensenzoon”. Deze “Mensenzoon” is de hoofdrolspeler uit het tweede verhaal, de symbolische oordeels scene uit Daniel 7. De Mensenzoon verschijnt voor de troon van God en zal koningschap krijgen voor eeuwig. “Mensenzoon” is geen titel, maar een verhaal!

Perriman stelt dat God op weg gaat met Abraham om tegenover het falen van de mensheid (macro-cosmos) een nieuwe mensheid te roepen (micro-cosmos). De falende mensheid moest de aarde vervullen in opdracht en toewijding aan de schepper, maar nu mag Abraham’s nageslacht deze belofte dragen, zij het dat het van macro naar micro gaat. Het verloste volk (uit Egypte) krijgt de wet met daarin de voorwaarde dat zij trouw moet blijven aan het verbond om niet weer in ballingschap te gaan en zou haar belofte zou verliezen. De ballingschap is uiteindelijk toch het rechtvaardige oordeel over het volk dat niet trouw is.

Volgens Perriman verplaatst de belofte aan Jacob (de droom betekend bekrachtiging van de land en volk belofte) nu van Jacob naar de Mensenzoon. De Mensenzoon zal het conflict tussen God en zijn volk, uitgevoerd door de kwade machten, moeten oplossen. Zijn verhaal is er een van oordeel en rechtvaardiging met als uiteindelijk doel het herstel van de oorspronkelijke missie van Abraham.

Jezus, de Mensenzoon, komt om Israel, door oordeel en rechtvaardiging te leiden tot haar oorspronkelijke roeping met betrekking tot de schepping. Perriman illustreert dit nog eens met twee verhalen uit het Oude Testament die worden aangehaald door Paulus. “De rechtvaardige zal uit geloof leven”. Het eerste verhaal komt uit Genesis en is de belofte aan Abraham: het geloof gaat over de oorspronkelijke missie van God door de verkiezing van Abraham en Israel: een microcosmos.

Het tweede verhaal komt uit Habakuk waarin het gaat over het oordeel over Israel door Babylon en het geloof dat er toch verlossing zal komen voor de rechtvaardigen. Dit is een periode van conflict en oordel.

De Mensenzoon zal zijn leven leiden voor de tweede verhaal: het conflict, het oordeel van God door Rome over het volk, maar met de hoop dat de rechtvaardige zal leven. Daarom zullen de discipelen “de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon”.

:::

Ook al vinden we het niet leuk, volgens Perriman moeten we in een heel kleine wereld stappen om Jezus te begrijpen en zijn plaats in de missie van God met deze wereld. Net als Alice in Wonderland vallen we in het konijnenhol en verkleinen we ons om door de deur te passen. Als we te snel allerlei bijbelteksten op onszelf willen toepassen missen we de eigenlijke betekenis.

Over wie hebben we het eigenlijk als we over Jezus praten? Zijn naam is: “hij die zijn volk van hun zonde zal redden” (Matt 1:21). En hier begint het. “Zijn” slaat op Israel, niet de mensheid, laat staan ons persoonlijk. “Volk” betekend de redding van de politieke natie. Opnieuw geen universele of persoonlijke redding. “Hun zonden” zijn historische feiten, zaken die op dat moment speelden tussen God en zijn volk. En als laatste: “redden” wil zeggen het volk redden in een politieke arena. Geen abstract zieleheil, maar redding van de macht van Rome en daarachter de toorn van God.

Jezus noemen we “Zoon van God” omdat God zelf tot hem zegt: “Jij bent mijn geliefde zoon, in jou heb ik mijn behagen.” (Mc 1:11) Of: “Jij bent mijn Zoon, heden heb ik jou verwekt.” (Lk 3:22) Wij schakelen meestal in een trinitarische versnelling: zie je wel: de tweede persoon van de drie-eenheid komt ons redden namens de Vader.

Maar Perriman wijst ons terecht op Ps 2:7 waarin de koning “Gods zoon wordt genoemd die volken als erfenis zal ontvangen. De erfenis is geen verlossing voor de volken maar juist oordeel over de volken!

De andere tekst komt uit Jesaja 42:1 waar geen sprake is van de zoon, maar van de dienaar waarin God zijn behagen heeft. De dienaar, is de zoon, is de koning die de rol van Israel op zich neemt in het oordeel over Israel, de verlossing van Israel en het oordeel over de volken. Dit zal hij bereiken door zelf de weg van lijden te gaan.

Jezus heeft een duidelijke boodschap: “Bekeer je, want het Koninkrijk van God is nabij.” Deze oproep betekent dat zowel oordeel als vergeving en verlossing voor de deur staan. Perriman maakt duidelijk dat het hier niet gaat om een universele regering van God over de hele aarde, maar om het Koningschap over zijn volk, Israel. Ook betekent “nabij” de nabije toekomst. Het ligt binnen de horizon, de hoop en verwachting van de mensen uit de 1e eeuw.

Daarom rekent Perriman af met het “reeds en nog niet” –schema. Het komende Koninkrijk is Gods ingrijpen door oordeel en verlossing op dat moment op die plaats. Dit is het evangelie: YHWH wordt Koning over Israel. Het is een boodschap tot Israel en voor Israel, op dat moment.

Maar hoe zal Israel reageren, welke weg zal zij bewandelen? De brede of de smalle weg? En zal zij haar oorspronkelijke roeping hervinden?

:::

Wie is er niet groot mee geworden: de tekening van de brede en de smalle weg? Waarbij allerlei wereldse geneugten rechtstreeks naar de hel leiden via de brede weg, maar waarbij een smalle weg vol ontbering leidt tot het eeuwige zieleheil in de hemel, ergens daar boven. Dit plaatje moest de christen het juiste besef van normen en waarden bijbrengen. Hierbij verwijzen we het naar het rijk de fabelen.

Andrew Perriman laat in twee hoofdstukken zien hoe je de tekst uit Mattheus 7:13-14 kunt lezen vanuit een historisch perspectief. “Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.” De brede weg leidt tot de ondergang, de smalle weg naar het leven.

Perriman laat zien dat er allerlei beelden door Jezus worden aangehaald, soms letterlijk, soms als metafoor, maar die allen slaan op de politiek-religieuse situatie van Israel van zijn tijd.

– “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard” Deze woorden worden door Jezus als oordeels-profeet gesproken over Israel dat hem niet wil volgen. Hij bouwt voor op Jeremia 12:12, 14:13-16 en Ezechiel 21:3. Het zwaard van Nebukadnezar is nu het zwaard van Rome.

– De twee wegen komen uit Jeremia 21: 5, 8, 9 en gaan over het oordeel door de Babylonische soldaten of het leven door vertrouwen op God. Als Jezus het over de twee wegen heeft, denkt hij niet aan een tijdloze, universele heilsleer, maar om een concreet historisch oordeel of uitredding voor Israel.

– Het huis op de rots of op het zand, komt uit Ezechiel 13:8-16, waarbij het “huis” en de “rots” waarschijnlijk slaan op de Tempel en Jeruzalem: opnieuw een oordeel van Jezus over de valse profeten en de corruptie in Jeruzalem.

– Jezus spreekt in vele gelijkenissen. De inhoud van de gelijkenissen spreken ook altijd over concreet oordeel over het afvallige Israel. Vaak gaan ze over ballingschap of spreken in agrarische beelden over het volk Israel. Het zijn geen universele, tijdloze sprookjes die we zomaar op onszelf kunnenn toepassen. Ook de vorm betekend oordeel. (Zie Jesaja 6:9,10)

– De hel is geen eeuwig of abstract brandend vuur waarin de ongelovigen tot in der eeuwigheid worden gemarteld. De hel is het dal van Hinnom of Gehenna, een concrete lokatie even buiten de muren van Jeruzalem waar de doden opgestapeld worden in tijd van oorlog. Een verwijzing naar Gehenna is dus oordeelsprofetie. Check Jeremia 7:30-34, Jesaja 66:24.

– Het binnenhalen van de oogst van het slechte en goede zaad zijn verwijzingen naar Daniel 7, 11 en 12 waarin de strijd tussen hen die trouw zijn aan het verbond en de afvalligen van elkaar worden gescheiden. De historische horizon is opnieuw de crisis met de Syrisch-Griekse vorst Antiochus Epiphanes en in Jezus tijd Rome.

– Jezus kondigt de “dag van het oordeel” af. Over Chorazin en Betsaida, over de vijgenboom, over de tempel. Opnieuw is Jezus de oordeelsprofeet die wijst op de komende allesvernietigende oorlog met Rome.

– Jezus spreekt over de toekomst: geruchten van oorlogen, hongersnood en aardbevingen. (vb Mattheus 24, Marcus 13). Het gaat niet over de eindtijd die nog staat te gebeuren, maar over wat inmiddels verleden tijd is: de oorlog met Rome van 66-70. Jezus voorziet deze strijd en bouwt opnieuw voort op de profeten. (check bv, Jeremia 10:22).

Perriman laat zien dat de brede weg resulteert in het oordeel en dood. Geen metafoor of spirituele dood, maar echte dood door oorlog, hongersnood en ziekte als gevolg van de nationalistische strijd tegen Rome. Deze strijd zal Israel verliezen en een hoge prijs betalen. Maar er is een uitweg, een smalle weg die leidt tot verlossing uit het komende oordeel. En Jezus is deze weg.

:::

De brede weg is de weg die Israel zal gaan als ze haar eigen koninkrijksagenda van nationale opstand tegen Rome blijft volgen. Jezus zegt als profeet het oordeel aan over het volk, Jeruzalem en speciaal de tempel. Maar daarnaast wijst Jezus op een uitweg ook al is het een smalle weg.

Andrew Perriman laat op drie manieren zien waarop we Jezus leren kennen als de redder van zijn volk. Jezus geneest, drijft boze geesten uit en zorgt voor de kwetsbaren. Daarmee laat Jezus zien dat hij de goede herder is voor zijn volk.

Genezing moeten allereerst worden gezien als tekenen van vergeving en herstel van de creationele microcosmos. Het volk is op allelei manieren in ballingschap vanwege haar zonden en staat onder de vloek van Deuteronomium 28. Mattheus koppelt de genezende acties van Jezus aan Jesaja 53, de lijdende knecht. De neemt het lijden van Israel op zich. Dit is het lijden, de ziekte en zonde van de ballingschap. Als Jezus geneest is het een teken van vergeving: de ballingschap is voorbij. De autoriteit van Jezus om te vergeven speelt in veel verhalen een hoofdrol. Volgens Daniel 7 heeft de Mensenzoon alle autoriteit gekregen. Als Jezus de verlamde geneest (Mattheus 9:1-8) dan vergeeft hij ook de zonden. “Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.” De mensen reageren niet door hem aan God gelijk te stellen, maar “werden van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.”

Het uitdrijven van demonen is niet zomaar een sterk vertoon van excorsisme, maar is een teken dat de macht van satan aan haar einde komt. Sommige uitdrijvingen geven ook de politiek-religieuze context aan. Als een bezetene zich bekend maakt als “Legioen” dan heeft het ook te maken met de demonische macht van Rome die niet alleen de mens, maar het volk bezet heeft. Jezus drijft demonen uit met “de vinger Gods”. Dit is een verwijzing naar Exodus 8:9, de politiek-religieuze strijd met Farao. Jezus maakt er wel degelijk werk van om als politiek gebaar Jeruzalem binnen te komen. Eenmaal in Jeruzalem zoekt hij openlijk de politiek-religieuze confrontatie. Zijn entree in Jeruzalem is een verwijzing naar Zacharia 9:9 en Psalm 118:26.

Als laatste kijkt Perriman naar de rol van Jezus als “goede herder”. De goede herder zoekt het verlorene. Opnieuw gaat het niet om mensen na de bijbelse tijd die “Jezus niet kennen”, maar letterlijk om de verdrukten, de weduwe en de wees, de zieke en verslaafde. Jezus ziet de fysieke en spirituele nood van zijn lijdende volk en heeft medelijden. Opnieuw zijn er vele verwijzingen naar het oude testament, met name Ezechiel 34. Ook dit is het verhaal dat God het volk uit ballingschap zal bevrijden en voor de schapen van Israel zal zorgen. Uit deze groep van “verlorenen” schept Jezus zijn nieuwe gemeenschap.

De uitsmijter is pittig: Opnieuw zijn de heidenen nauwelijks in beeld. Jezus brengt het heil aan de het huis van Israel. De vraag is echter: wat zal er gaan gebeuren als Israel dit smalle pad gaat bewandelen. Wat gaat de wereld daar van merken?

:::

Hoe vertelt Jezus het verhaal van de Mensenzoon? Hij gebruikt vaak de term “Mensenzoon” om zichzelf te identificeren met de figuur uit Daniel 7. De Mensenzoon krijgt daar het koningschap dat eeuwig zal duren. Maar Jezus betrekt het verhaal van Daniel 7 op de weg die hij moet gaan: de weg van dienen, lijden en sterven.

Nadat Petrus Jezus heeft geïdentificeerd als de Messias, de “Zoon van de levende God” (=Psalm 2, Daniel 7) gaat Jezus vertellen dat de Mensenzoon moet lijden en zal sterven.

Perriman verklaart Daniel 7 vanuit de context dat Israel als gemeenschap moet lijden onder de “beesten”, de politieke machten rondom Gods volk, de satanische krachten. In Daniel lijden de joden onder deze machten. Daniel is waarschijnlijk geschreven in de tijd van de verdrukking onder Antioches Epiphanes, de Syrisch-Griekse koning. Veel joden collaboreren met hem, maar anderen zijn trouw. God verheerlijkt het trouwe deel van het volk en oordeelt over de afvalligen en de kwade machten. Jezus maakt een hervertelling van het Daniel-verhaal en plaatst dit op zichzelf, op Israel en op de gemeenschap van zijn volgelingen. Jezus identificeert zichzelf met het lijdende volk, Jezus gelooft in de hoop van de opstanding als de rechtvaardigen zullen worden opgewekt (Daniel 12) en Jezus gelooft in de verheerlijking van de Mensenzoon en de val van de onderdrukker.

De opstanding uit de dood verwacht Jezus op grond van zijn identificatie met Israel. Daniel 12:2 en Hosea 6:1,2 vertellen dat God Israel zal opwekken, opwekken op de “derde dag”. Jezus identificeert zichzelf als Mensenzoon met deze hoop.

Maar het is een grote ontdekking om te lezen dat Jezus het veel vaker heeft over de “verheerlijking” en “de komst van de Mensenzoon in heerlijkheid”. Deze verheerlijking plaatsen wij meestal in de verre toekomst. De “Parousia” is volgens velen de “wederkomst op de wolken” die nog staat te gebeuren. Volgens Perriman is dit een verkeerde interpretatie is de “verheerlijking” en “komst van de Mensenzoon” al gebeurd…

“Verheerlijking” is een wederkerend proces waarin de Heerlijkheid van God in de vorm van een wolk “neerdaalt” op/in Israel en haar representant. Jezus verheerlijking op de berg is daar het beste voorbeeld van: Jezus wordt omgeven door een wolk en daaruit klinkt de stem: Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem! De “Zoon” is de Messias, de Mensenzoon!

Bij Jezus hemelvaart wordt hij met een wolk omgeven en zo zal hij weer opnieuw verschijnen bij zijn “Paroussia”. Dit slaat allemaal op Daniel 7: In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens.

Jezus plaatst zijn wederkomst en ultieme verheerlijking echter binnen de tijd van de generatie volgelingen! (Check mattheus 24). Dan zal uitkomen wat Daniel 7 betekend: de verheerlijking van het rechtvaardige deel van Israel dat hoort bij de Mensenzoon. Dus niet alleen Jezus wordt verheerlijkt, maar het rechtvaardige deel van Israel dat bij hem hoort. De Mensenzoon is representant van het ware Israel. Als Gods oordeel komt over afvallig Israel (66-70 AD) dan zal de rest, het rechtvaardige deel worden verheerlijkt.

Dit is inmiddels uitgekomen.

:::

Jezus gaat de smalle weg door het lijden heen naar de verheerlijking niet alleen. Hij vormt een gemeenschap om zichzelf heen. Deze gemeenschap deelt in zijn bedoelingen, drinken uit dezelfde beker, worden met dezelfde doop gedoopt en ontvangen zijn geest. Dit is het herstelde Israel rondom Jezus.

Perriman kijkt naar enkele sleutelpassages waardoor de nieuwe gemeenschap wordt gevormd. De bergrede, het laatste avondmaal en het zendingsbevel. De bergrede begint met zaligspreking. Deze zijn allen afkomstig uit Jesaja, Psalmen en Spreuken. Vooral in Jesaja 61 (ik zou zeggen: ook Jesaja 57) staan deze zaligsprekingen in het kader van het herstel van Israel na de ballingschap. Er is troost en recht voor de groep die hiernaar verlangt. Jezus zegt in de Bergrede: nu is die tijd aangebroken.

Het zout der aarde en het licht der wereld worden door ons altijd toegepast op onze missionaire taak. Volgens Perriman staan ook deze teksten in het teken van oordeel en verlossing van Israel ten overstaan van de volken rondom Israel.

Vele bekende “missie-teksten” zoals “de weg, de waarheid en het leven”, “vissers van mensen”, “de uitzending van de discipelen” etc. staan alleen in het licht van Jezus bediening voor Israel en de participatie van Jezus volgelingen in deze missie. Zij zullen al deze dingen meemaken omdat het gaat over het “einde van de eeuw” en de “komst van de mensenzoon”. Dit is niet het einde van de wereld of de wederkomst van Jezus aan het einde van de tijd, zoals velen denken. Het gaat om het einde van de tempel periode. De tijd tot de oorlog van 66-70 en de verwoesting van Jeruzalem.

Ook het zendingsbevel is geschreven voor deze korte tijd. Alles staat in het teken van jaren tot het jaar 70. Wij willen dit graag betrekken op ons, de kerk of onze missie, maar het staat er niet. Zelfs de “komst van de mensenzoon” slaat op de verheerlijking van Israel, na het oordeel over het afvallige Israel.

Daarna zal dit hernieuwde Israel, de gemeenschap rondom Jezus, de aarde erven en zijn we weer terug bij de missie van Abraham!

Maar wat zal betekenen in een wereld waar al een Heer is, de Keizer van Rome?

:::

De traditionele christelijke visie op het boek handelingen loopt in grote lijnen als volgt:

Jezus sterft voor de zonden van de mensheid, staat op uit de dood, gaat naar de hemel en de apostelen verkondigen door de kracht van de Heilige Geest dit goede nieuws aan alle volken van de wereld. Daaruit ontlenen veel kerken hun bijbels mandaat voor zending en evangelisatie. Maar is dit wel terecht?

In het christendom werd deze visie tot een enorm ballon die groter en groter werd en uiteindelijk de hele ruimte in beslag nam. Het modernisme heeft verschillende gaten geprikt in deze ballon, toch houden de meeste christenen vast aan deze visie (hoewel er in enorm tempo lucht ontsnapt).

Maar is de kerk wel bedoeld als enorme ballon? Is het niet de bedoeling dat de kerk is als een mooie rode ballon die in een ruimte beweegt en die door iedereen gezien kan worden? Andrew Perriman behandelt in hoofdstuk acht van Re:Mission de hoofdlijn van het boek handelingen.

Handelingen begint met de vraag: “Herstelt u in deze dagen het koninkrijk van Israel?” Jezus zegt geen “nee”, maar stuurt de discipelen er op uit om zijn getuige te zijn. Toch is uit de rest van Handelingen de conclusie te rechtvaardigen dat dit herstel van het Koninkrijk van Israel te verwachten was binnen de huidige generatie of die van hun kinderen. Dit herstel staat dan gelijk aan de verheerlijking, de Parousia, de komst van de Mensenzoon in heerlijkheid. Het verhaal van Handeling zit in een tijdelijk “framework” van apocolyptische verwachtingen.

Het pinksterfeest is niet wat vele christenen denken dat het is: “Een tijdloos gebeuren omdat iedereen die in Jezus gelooft de Heilige Geest krijgt.” Het is een specifiek gebeuren voor Israel op dat moment. De profeet Joel heeft het reeds aangekondigd: in de laatste dagen zal de Geest van God worden uitgestort… Dit staat in het teken van het oordeel en de vernieuwing van Israel (Joel 2, Ezechiel 36 en Handelingen 2). In de toespraak van Petrus betekent de uitstorting van de heilige Geest dat het oordeel over en de verwoesting van Jeruzalem voor de deur staat. De dag van de Heer komt er aan, laat je redden uit dit verkeerde geslacht. Het komende oordeel is de vernietiging door Rome en de redding is het herstel van Israel in de nieuwe gemeenschap rondom Jezus en zijn volgelingen. Pinksteren is dus vooral aankondiging van een nationale ramp. Petrus is te vergelijken met Johannes de Doper: bekeer je! Ook nu vragen de mensen aan Petrus: wat moeten wij doen. Ook nu is het antwoord hetzelfde: bekeer je en laat je dopen: vergeving van zonden en inlijving in het nieuwe Israel van Jezus.

Verderop in Handelingen predikt Paulus het goede nieuws (oordeel en herstel van Israel) aan de joden in de Diaspora. In zijn verdediging beroept hij zich op de opstanding uit de doden. Dit slaat op micro-niveau op de opstanding van Jezus, maar zeker ook op de opstanding van het volk van God: nationaal herstel van Israel. Perriman plaatst de opstanding van Jezus als mensenzoon in het verhaal van Daniel: de lijdende gemeenschap wordt gerechtvaardigd en staat op. Jezus’ opstanding (hoewel prematuur) is het beeld van wat met Israel gaat gebeuren.

Als joden in Antiochie (Pisidie) niet willen geloven in de aankondiging van oordeel en herstel keren Paulus en Barnabas zich tot de heidenen. Dit gebeurt met beroep op Jesaja 49:6: “Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.” Dit is een uitwerking van wat God heeft gedaan voor zijn volk Israel. Door de Geest en de doop gaan zij deel uitmaken van deze gemeenschap rondom Jezus’ volgelingen.

De heidenen worden ook gered omdat het oordeel van God ook komt over machten en de aanbidders van afgoden. Deze machten en afgoden zullen de mensen niet kunnen redden, maar de God van Israel wel. Er is geen barriere meer om bij de God van Israel te horen. De nieuwe gemeenschap die bestaat uit de rest van Israel en heidenen die zich aansluiten zullen geen nieuw machtsblok zijn (de ballon die de hele ruimte vult) maar een lijdende gemeenschap die door het lijden heen verheerlijkt zullen worden.

:::

Als wij denken aan het “evangelie” dan slaan we snel de brieven van Paulus open. We zien deze brieven als een soort tijdloze en universele geschriften, voor zowel jood en griek. Voor het gemak maken we “het evangelie” tot goed nieuws voor mij persoonlijk. De echte “evangelien” en de rest van de bijbel zijn een soort illustraties bij de brieven van Paulus.

Maar wat zouden de lezers van Paulus brieven hebben gelezen? We moeten niet vergeten dat de lezers op een historisch kruispunt stonden. De volgelingen van Jezus waren een zeer kleine sekte binnen het judaisme en ondervonden veel tegenstand vanuit dit judaisme. Tegelijk groeide de nationalistisch opstand tegen Rome tot een kookpunt in Paulus dagen. Als Jezus dit twintig jaar eerder als voorzag, moeten we Paulus zeker tegen deze komende strijd plaatsen.

Ook begon er voor christenen een vervolging vanuit de Grieks-Romeinse wereld van afgoden en onrecht. De brief aan de Romeinen is geschreven kort voor de vervolging onder Keizer Nero.

“Verlossing” is dus heel wat anders als “verlossing van schuldgevoel” of van “persoonlijke problemen” zoals rijke westerse christenen er vaak van maken. Voor ver-psychologisering of prosperity is geen ruimte in de brieven van Paulus.

“Het evangelie” is in eerste instantie goed nieuws voor Israel als een natie. De opening van Romeinen moet worden gelezen vanuit de joodse geschiedenis en Psalm 2 en 18. Verlossing is concrete verlossing van het goddelijke oordeel, eerst over Israel en vervolgens over de Grieks-Romeinse wereld. Paulus laat zien dat er pas sprake kan zijn van verlossing en evangelie als er ook sprake is van oordeel. Habakuk is een voorbeeld van zo’n oordeel-verlossing verhaal. Maar als er een oordeel komt over Israel, is er dan nog een toekomst voor de beloften van God aan Abraham? Is God nog wel trouw aan zijn eigen beloften?

Paulus laat zien dat de wet geen verlossing biedt aan overtreders van dezelfde wet. (Dit is niet hetzelfde als een antithese tussen wet en genade. De wet is zelf een gevolg van de genade: bevrijding uit slavernij.) Daarom moet er buiten de wet om verlossing komen: De gehoorzaamheid van Jezus opent deze nieuwe weg: vergeving voor Israel’s zonden en daardoor haar bevrijding. Vergeving wordt in het OT reeds omschreven in termen van verlossing, losgeld, etc. Ook was het niet vreemd dat enkelingen de verlossing bewerkstelligen voor velen. Ook de Maccabeen gaven hun bloed voor de verlossing van heel Israel. Maar Jezus bewerkstelligt niet alleen verlossing, maar ook een nieuwe schepping. Jezus gaf zijn leven voor Israel’s zonden. Dit is geen tijdloos, universeel gegeven. Een Platonische verlossings-ideaal is iets wat wij graag willen lezen in Paulus omdat we een snelle oplossing voor onze schuld zoeken. Het staat er niet.

De volgeling van Jezus zullen “in Christus” deel hebben aan de weg die hij is gegaan. Ze zullen gaan lijden, ze zullen sterven en zullen verheerlijkt worden, net als Christus. Dit is niet abstract of “geestelijk” maar heel concreet: ze zullen lijden en sterven, maar daarna leven. De rechtvaardige zal door geloof leven.

:::

Wat is het “lijden” van de christenen in Romeinen? Wat moeten we denken van het herstel van de schepping in Romeinen 8? Wordt “heel Israel” gered? Hoe zit het met het leven van de gemeente zoals geschetst in de laaste hoofdstukken van Romeinen?

Perriman maakt duidelijk dat we de hele brief moeten lezen tegen de horizon van a) het oordeel over opstandig Israel en b) het oordeel over de Grieks-Romeinse wereld. Het lijden in tegenwoordige tijd (Rom.8) gaat niet over onze hoofdpijntjes of zelfs serieus lijden in onze dagen. Het is het lijden onder de verdrukking in de tijd van de vroege kerk. Het is lijden onder het zwaard en vervolging. Maar als de Christenen “in Christus” zijn zullen ze de weg bewandelen door lijden en dood naar verheerlijking.

De vernieuwde schepping is geen belofte voor het heden, maar een anticipatie van de nieuwe schepping in de toekomst. De verheerlijking van de nieuwe mens in Christus is fase 1, de vernieuwde natuur is fase 2. Paulus ontleent de beeldspraak uit Jesaja 55:12-13 en 65:17 met als achtergrond de val van de schepping in Adam.

Daarna komt “heel Israel” ter sprake. Dit gaat niet over de bekering van Joden in onze tijd of vanwege de moderne staat Israel, maar gaat over het komende oordeel over het antieke Israel en de mogelijkheid tot herstel. Tijdgebonden dus. De nieuwe gemeenschappen die Paulus sticht zijn de voortzetting van Israel rondom Jezus. (Let op: dit is geen vervanging theologie!)

Deze nieuwe gemeenschappen ontstaan door bekering van zowel “Joden als Grieken”. De Grieken mogen er bij komen omdat gods oordeel komt over de afgoderij, het onrecht en immoraliteit van de heidenen. De God van Israel zal overwinnen over de beesten en de heidenen zullen Israels God prijzen omdat zijn volk hersteld wordt. Romeinen 15:8-9 worden gekoppeld aan Psalm 18:46-49, Psalm 117 en Jesaja 11:10. Gods oorspronkelijk missie in Abraham wordt hersteld: via oordeel naar een zegen voor de volken: Re:Mission!

:::

Het “evangelie” is de aankondiging van wat God gaat doen voor zijn volk. Vanuit ons perspectief heeft Hij dit gedaan in het leven van Jezus Christus. De bijbel is meer een verkondiging van Gods grote daden dan een handleiding voor de hedendaagse christen. Maar daarover later meer.

In zijn een-na-laatste hoofdstuk doet Andrew Perriman weer enkele bijzondere uitspraken.

Jezus was allereerst een profeet die het oordeel aankondigde over zijn volk en ten tweede de “Christus”, de mensenzoon die profetisch uitbeelde wat het hele volk moest ondergaan: lijden, sterven en opstaan. Zijn leven is het brandpunt van Israel. Maar als Christus verzamelde hij een nieuw volk om zichzelf heen: een nieuwe microcosmos die weer kon voldoen aan haar oorspronkelijke roeping. Maar wel via dezelfde weg als haar Heer: door lijden heen naar opstanding.

De brieven staan dan ook in dit teken: de kleine, kwetsbare gemeenschapjes moeten door het lijden heen naar de verheerlijking: de parousia, de opstanding. De opstanding der doden is volgens Perriman niet alleen aan het einde der tijden, maar betekend tevens de overwinning op de volken: Het kleine volk van God zal opstaan uit de dood na het oordeel. De metafoor van opstanding betrof in het oude testament immers ook altijd de opstanding van het volk. Daarnaast is er het uitzicht op de herschepping, de derde horizon.

Het hele verhaal, van het volk Israel, via ballingschap en terugkeer, van Jezus, profeet en Christus, van lijden, dood en opstanding wordt verteld met de bedoeling dat de kleine gemeenschappen “de Geest van Christus” zullen krijgen zodat zij gelijkvormig worden aan het beeld van de Mensenzoon. Ook zij zullen liefhebben, dienen, lijden en sterven, maar daarna opstaan en triomferen.

:::

Perriman heeft laten zien dat het nieuwe testament een tweevoudige horizon kent. Ten eerste het komende oordeel over Israel waarin Jezus als mensenzoon de rol op zich neemt van profeet en Christus. In Jezus staat het nieuwe Israel op: een uitweg door het oordeel heen. Ten tweede het komende oordeel over de macht van Rome met haar onrecht en afgoderij. De jonge gemeente zal door lijden heen gaan, zelfs door de dood. Maar “in Christus” en met zijn Geest zullen ze overwinnen. Verheerlijking, paroussia en opstandig uit de dood zijn niet alleen termen voor de verre toekomst, maar zijn een werkelijkheid binnen de horizon van de jonge kerk.

Het nieuwe testament is bedoeld om de oorspronkelijke rol van Gods volk weer in beeld te krijgen: de creationele rol. In Christus ben je een nieuwe schepping. De wedergeboorte is het proces van identificatie van de volgeling met Jezus. Je ontvangt zijn Geest. Daarom moet de gemeenschap ook echt lijden om te delen in de verheerlijking. Ze legt haar oude leven en haar zondige daden af en volgt in de nieuwe Geest Christus. Ze leeft met de hoop op de herschepping.

De nieuwe horizon komt slechts in enkele bijbelverzen naar voren. De nieuwe hemel en nieuwe aarde zonder dood en onrecht. Wij mogen deze nieuwe schepping als het ware oefenen, anticiperen, voorleven. Naast dit voorleven komen we tot ons doel doordat we ons bekwamen in het vertellen van verhalen. We worden een authentieke mensheid door het grote verhaal steeds opnieuw te vertellen. Ook wij worden door Christus gered omdat we weten dat dit verhaal ook onze “roots” zijn. Ook wij moeten onrecht en afgoderij achter ons laten en ons verbinden met de nieuwe schepping “in Christus”. In dit grote verhaal heeft de gemeente haar bestaansrecht omdat ze er is voor anderen. We zijn op weg naar de herschepping en tot die tijd zijn ze het verhaal aan het vertellen, leven we het voor, we oefenen voor de nieuwe schepping. We eten samen en herinneren ons de oude verhalen uit de bijbel. We vieren de feesten en geven elkaar en de wereld hoop, zowel actueel als profetisch.

God missie is hersteld in de gemeente. Jezus Christus, de mensenzoon, heeft de weg geopend: Re:Mission!

(Dit is het einde van de samenvatting van het boek “Re:Mission. Biblical mission for a post-biblical church”. In hierop volgende blogs wil ik enkele kritische vragen stellen aan de visie van Perriman, maar ook aan de orthodoxe en evangelische christenen wiens bijbelbehandeling behoorlijk onder vuur is komen liggen.)

:::

Andrew Perriman trekt vergaande conclusies over hoe we naar het nieuwe testament kijken. De eerste horizon (Jezus als redder van zijn volk) en de tweede horizon (het komende oordeel over Rome en de overwinning van de jonge gemeente) zijn niet onze horizon. Daarmee zijn de woorden niet rechtstreeks aan ons gericht. Als we een bijbelvisie hebben waarin elk woord aan ons is gericht komt dit over als een koude douche. Veel christenen hebben weinig interesse in Jezus, maar des te meer in de eigen ervaring, de eigen geestelijke avonturen met hun denkbeeldige “Jezus”. Perriman helpt je uit de droom. Als onze bijbelvisie verandert, dan kan onze kerkvisie ook niet achterblijven. Kerken zijn niet langer instituten om mensen te bekeren tot “tijdloze” waarheden. Kerken zijn gemeenschappen die een gemeenschappelijk verhaal hebben en zich bevinden op de weg die in een concrete historie is geopend door Jezus.

 

Ik wil enkele voorstellen doen:

– Laten we afstand nemen van de “elk bijbelwoord is voor mij persoonlijk” misvatting.

– Laten we spreken over “wij” en voordat we spreken over “mij” op “ik”. De bijbelse geschiedenis is eerst een gemeenschap en in die gemeenschap zitten indivduen. Niet andersom.

– Laten we Jezus opnieuw ontdekken in zijn historische realiteit voordat we het hebben over vandaag. Vandaag is het gevolg van de heilsfeiten.

– Laten we gemeenschappen bouwen rondom het transformerende verhaal en niet meer op visies, beleidsplannen en targets.

– Laten we opnieuw lijden en sterven “in Christus” letterlijk nemen en niet langer ver-psychologiseren en al onze kleine emotionele pijntje vergroten tot het oordeel waar Jezus ons van zou moeten redden.

 

Aan de andere kant heb ik nog vragen genoeg over na het lezen van “Re:Mission”.

– Welke verhaallijn uit de bijbel heeft transformerende autoriteit voor ons als gemeenschap. Maken we deel uit van het verhaal van Israel door Jezus werk? Hoe interpreteren we dit in de “post-biblical” tijd?

– Hoe werken we dit uit na alle culturele veranderingen van de afgelopen 2000 jaar?

– Wat moeten we met “christendom”? Als het christendom wel “een” interpretatie is van het verhaal, maar niet “de” interpretatie… waar moeten we een andere weg kiezen?

– Wat moeten we met “verlichting”? “Romantiek”? “Existentialisme”? “Post-modernisme”? Hoe hebben al deze culturele verandering hun uitwerking gehad op christenen en hoe kunnen we weer vooruit naar een authentieke gemeenschap terwijl we toch voortbouwen op de stromingen waar we in staan? Met andere woorden: bestaat er een manier om een frisse visie te ontwikkelen door alle culturele ballast heen? Wat kun je wel behouden en wat niet?

– Als we gaan oefenen en verbeelden richting nieuwe schepping: weten we wat we moeten doen?

– Staat er een missie voor de “post-biblical church”?

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s